Terug naar de hoofdindeling BBM



Chaos in het kort,
tekst behorende bij de chaos-tentoonstelling:

"Een kwestie van Geluk"

1. Zekerheden

De tentoonstelling begint met een aantal afbeeldingen over ''Meten & Weten''. We kunnen het ons nu niet of nauwelijks meer voorstellen, maar de eerste mensen moeten in een voor hen vrij angstige en onzekere wereld hebben gewoond. De aarde immers was woest en ledig. Zij leefden niet alleen temidden van allerlei natuurlijke vijanden, zoals sabeltandtijgers, hun wereld was bovendien veelal onbegrepen en zonsverduisteringen, aardbevingen en kometen boezemden groot ontzag in. Tegelijk was het een wereld die schitterde door de ordening der dingen en het komen en gaan van de seizoenen. Het is begrijpelijk dat de mens van meet af aan op zoek ging naar verklaringen voor deze en andere verschijnselen. Niet alleen uit verwondering en nieuwsgierigheid, maar ook vanuit de behoefte meer grip op zijn omgeving te krijgen en zijn onzekerheid te verminderen. Aanvankelijk trachtte hij via magische rituelen en handelingen macht over zijn omgeving te krijgen en werden aan bomen en dieren magische krachten toegedacht. Later worden ook afgoden aanbeden opdat ze de mens zouden vrijwaren van tegenslagen, rampen en gevaren.

Opvallend is dat de mens gedurende zijn zoektocht naar kennis zich meestal beschouwde als een onlosmakelijk onderdeel van de wereld. Kennen en ervaren zijn met elkaar verweven. Kennis komt niet alleen tot stand in onze hersenen, maar ook in je hele lichaam. Dat zie je bijvoorbeeld als je met vakantie gaat naar het hooggebergte. De eerste dagen moet je lichaam zich aanpassen aan de nieuwe omgeving.

De wereld wordt in de meeste gevallen als een goddelijke schepping gezien, een organisch geheel waarin alles met alles samenhangt. Het is aan de nieuwsgierige mens om de ‘goddelijke’ waarheid die in de natuurlijke verschijnselen verborgen zit, te achterhalen.

De Oude Grieken gingen er vanuit dat die waarheid een logische en rationele waarheid is en dus dat zij begrepen kan worden door strikt logisch denken en zuiver redeneren. Al doende richtten zij de aandacht op de regels van redeneren, argumenteren en theorievorming en legden zij de basis voor de huidige moderne wetenschap.

 

2. Voorspellen

Deel 2 van de tentoonstelling handelt over de drang naar voorspellen en het uitsluiten van het toeval. In Europa komt het christendom als overwinnaar uit de strijd met de Romeins-Griekse polytheďstische religie en de vele met elkaar strijdende geloofsbewegingen die de eerste eeuwen van onze jaartelling kenmerken. Volgens het populaire verhaal was het beslissende moment, een nacht in het jaar 312. Constantijn was in gevecht met Maxentius over de macht in het Romeinse Rijk en hij droomde aan de vooravond van de beslissende veldslag over ‘het teken van het kruis’. Christus verscheen aan hem en beval hem het teken met zijn troepen mee te voeren. Constantijn gehoorzaamde en overwon. In hetzelfde jaar bekeerde hij zich tot het christendom. Hiermee kreeg de jonge godsdienst de beschikking over de infrastructuur van het Romeinse Rijk wat het een beslissend voordeel gaf in de strijd om de hegemonie op religieus gebied.

In de 16e en 17e eeuw, na een hegemonie van meer dan duizend jaar, moet het christelijke wereldbeeld geleidelijk terrein prijsgeven aan de ‘natuurfilosofie’, wat later wetenschap ging heten. Het idee van een organisch, levend en goddelijk universum wordt vervangen door het beeld van de kosmische machine, het kosmische uurwerk. Of dat een creatie is van God is aanvankelijk een onderwerp van heftige discussies en politieke debatten.

Galileď was de eerste die alle speculaties over metafysische oorzaken aan de kant schoof en begon met experimenteren, meten en rekenen. Descartes bracht vervolgens een strikte scheiding aan tussen geest en materie en ontwikkelde de methode van het analytische denken. Deze houdt in dat we de wereld het beste in delen kunnen opdelen, vervolgens kijken naar de logische samenhang der delen en op basis van oorzaak-en-gevolg-redeneringen te komen tot een objectieve verklaring van het geheel. Met deze ‘reductionistische’ manier van denken en doen van Descartes en de kwantitatieve aanpak van Galileď kon Newton zijn zwaartekrachtwet ontwikkelen en zette hij de kroon op wat we nu de wetenschappelijke methode noemen. Newton verenigde de bewegingen van de hemellichamen met die van de aardse voorwerpen. Hij bracht de hemel onder het bereik van de mens.

Voortaan werd alles voorspelbaar, beheersbaar en maakbaar verondersteld. Sinds die tijd zoeken we ook overal een schuldige (oorzaak) voor als de werkelijkheid niet klopt met onze denkbeelden, de theorie. Als er iets fout gaat, dan gaan we op zoek naar procedures om een herhaling van de gebeurtenis in het vervolg te voorkomen. Dat zie je bijvoorbeeld heel goed na een ramp, wanneer altijd om meer, betere en stringentere regels wordt geroepen. Hierbij gaat men volledig voorbij aan de unieke samenloop van omstandigheden die meestal de aanleiding zijn voor een ongeluk. Een ander voorbeeld is de BSE-crisis. Overal zijn we op zoek naar betere controlemechanismen om verspreiding ervan te voorkomen, terwijl men volledig voorbij gaat aan het feit dat de ziekte waarschijnlijk meer te maken heeft met de wijze waarop wij met koeien omgaan, namelijk als melk- c.q. vleesfabrieken in plaats van levende organismen.

Er zijn altijd tegenstromingen en kritiek geweest op het mechanistische wereldbeeld dat de wetenschap heeft omarmd sinds Newton. De Romantiek is daar een voorbeeld van. Desondanks is het machinebeeld onze wereld volledig gaan domineren. Inmiddels beginnen we in te zien dat we veel niet kunnen voorspellen. Wat we destijds niet direct in de gaten hadden, realiseren zich steeds meer mensen: met het doorbreken van de wisselwerking tussen kennen en ervaren, zijn we als het ware uit de kosmos gestapt, hebben we ons boven de materie geplaatst en zijn we blindelings gaan vertrouwen op onze veronderstelde superieure rationaliteit en manipulatieve macht: het idee van de maakbare samenleving. In zo’n beschouwing is alleen plaats voor wetten die regelmatig, begrijpelijk en dus voorspelbaar gedrag beschrijven en is geen ruimte voor chaos, onvoorspelbaarheid en creatieve oplossingen, het levende. Dit is zo diep in onze samenleving geworteld dat we de grootste moeite hebben met andere zienswijzen en aanpakken. Toch voelen we vaak op ‘onze klompen aan', dat er iets niet klopt.

 

3. Twijfels

In deel 3 van de tentoonstelling staan de twijfels aan de superrationaliteit centraal. Aan het einde van de negentiende eeuw dachten wetenschappers dat ze bijna alles wisten over de wereld. Toen voltrokken zich twee revoluties die de wetenschap op haar grondvesten deed trillen. De eerste was de ontdekking van het kwantum door Max Planck, de tweede was de relativiteitstheorie van Albert Einstein. De kwantumtheorie maakte een einde aan Descartes’ droom van een objectief meetproces en de relativiteitstheorie verpulverde Newtons ideaal van een driedimensionaal heelal met een klok aan de muur, waarin de hemellichamen bewogen. Daarna volgde een derde revolutie, de chaostheorie: de wereld bleek lang niet zo voorspelbaar te zijn als werd verondersteld. In alle eeuwen van wetenschappelijke vooruitgang was er een klein addertje onder het gras blijven zitten. Wetenschappers wisten dat hun metingen nooit helemaal volmaakt waren. Maar ze dachten dat kleine verschillen er niet toe deden. Als je bijvoorbeeld de beginwaarden van een systeem weet en kennis hebt van de natuurkundige wetten die een rol spelen, dan ben je in staat bij benadering te voorspellen hoe het systeem zich gaat gedragen. Dat bleek fundamenteel onjuist toen Edward Lorenz begin jaren zestig ontdekte dat het onmogelijk was het weer op de lange termijn te voorspellen, laat staan te manipuleren (wat in de jaren vijftig nog een populair idee was). De reden: een weersysteem is sterk afhankelijk van zijn beginwaarden en die kun je nooit kennen, omdat geen mens alle watermoleculen in de atmosfeer kan overzien en in een formule kan vatten.

Deze gevoeligheid voor de beginwaarden werd later door Lorenz het Vlindereffect genoemd: het betekende dat een vlinder in Zwammerdam een onweersstorm boven Tokyo kan doen ontstaan.

4. Chaos

De ontdekking van chaos (deel 4) heeft ons begrip van de wereld op zijn kop gezet. De mechanistische denkbeelden die we over de kosmos, aarde, mens, bedrijven en samenlevingen erop nahouden, zijn slechts ten dele bruikbaar als we met een chaosbril naar de wereld kijken. We hebben de natuur altijd bepaalde soorten vragen gesteld, bijvoorbeeld naar het ideale, stabiele evenwicht, naar de voorspelbare uitkomst en zo zagen en hoorden we niet het volledige antwoord. We wilden een antwoord dat aan onze mechanistische voorwaarden en ideeën moest voldoen, maar de natuur bleek uiteindelijk veel grilliger te zijn.

Je kunt je afvragen waarom het zo lang heeft geduurd voordat we hier achter kwamen. Als Newton een laptop had gehad, zou hij waarschijnlijk al 300 jaar geleden op chaos zijn gestoten en had de ontwikkeling van onze samenleving er heel anders uitgezien. Maar in Newton’s tijd bestonden nog geen computers. Dat is meteen ook een van de belangrijkste redenen waarom chaos pas in onze tijd is ontdekt: dankzij de computer kunnen we de iteraties (terugkoppelingen) die zo kenmerkend zijn voor chaotische systemen miljoenen keren doorrekenen en goed visualiseren.

Chaos heeft ons verrast. Het doorbrak het verstarde idee dat we in een dode wereld leven die met behulp van lineaire oorzaak-gevolg-logica te begrijpen, voorspellen en beheersen zou zijn. De chaostheorie zet de deur open naar een nieuw wereldbeeld waarin ruimte is voor het nieuwe en het onvoorspelbare. Bovendien slaat de chaostheorie een brug naar andere wetenschappelijke disciplines, omdat het de wetenschap is van de algemene aard van systemen. In plaats van opdelen van de wereld wordt gestreefd het naar integratie, heelheid en duurzaamheid. Daarmee wordt het reductionisme van Descartes omgedraaid.

 

5. Zelforganisatie

Een van de opvallendste eigenschappen van chaotische systemen is dat ze onder bepaalde omstandigheden in staat zijn tot zelforganisatie (deel 5), tot het spontaan ontstaan van nieuwe systeemrelaties. Dit klinkt in eerste instantie wonderbaarlijk, maar het komt algemeen in de natuur voor. Zo zijn onweersbuien, orkanen en de draaikolken die je in een leeglopende wastafel aantreft, voorbeelden van zelforganisatie. Hierbij gaan miljarden lucht- en watermoleculen opeens een zeer gecoördineerd gedrag vertonen. Het nieuwe organisatiepatroon blijft vervolgens net zolang intact als het systeem kan beschikken over extra toevoer van energie om zijn nieuwe ordening in stand te houden. Ook levende systemen, zoals planten, dieren en mensen zijn dynamische, zelforganiserende systemen. Het verschil tussen de levenloze wereld en de levende is dat de interacties, de verschillen die levende systemen waarnemen in hun omgeving waarnemen, een geestelijk activiteit is die van binnenuit komt. Het is een mentaal proces dat onverbrekelijk is verbonden met de materiële structuur van het systeem. Het nieuwe begrip van kennen dat de chaostheorie oplevert, betekent een radicale uitbreiding van het traditionele begrip dat wij van geest hebben. Een bacterie of een plant heeft geen hersenen, maar ze kennen wel een mentaal proces. Ze kunnen veranderingen in hun omgeving waarnemen, bijvoorbeeld verschillen tussen donker en licht, warm, koud, hogere en lagere concentraties van een bepaalde stof en geven hieraan een betekenis. Bij mensen is het mentale proces natuurlijk veel gecompliceerder en maken ook emotie, gedrag, taal en vele andere aspecten van het menselijk bewustzijn er onderdeel van uit.

De chaostheorie met haar terugkoppelingen is een theorie over netwerken, interacties en sluit wat dat betreft precies aan op onze tijd met haar telecommunicatie en Internet. In de samenleving en organisaties wordt dan ook met vernieuwde belangstelling gekeken naar patronen van communicatie, organisatie en sturing.

 

6. Faseovergangen

De nieuwe inzichten (deel 6), die overigens niet alleen de chaostheorie heeft opgeleverd (er is bijvoorbeeld een veld aan onderzoek ontstaan onder de noemer Complexiteit) hebben belangrijke consequenties voor de wijze waarop wij gewend zijn naar leven, ondernemingen en maatschappij te kijken. Als de wereld om ons heen is opgebouwd uit systemen die bestaan uit allerlei terugkoppelende netwerken, dan houdt alles met alles verband en dan is inzicht in de kenmerkende aspecten en patronen van interacterende systemen ineens belangrijk geworden. Dan gaat het meer om het tijdig onderkennen van oplopende spanningen (ontstaan van druk), het aanvaarden van onvoorspelbare gedragingen en ontwikkelingen en het sturen op voorwaarden waarbinnen het zelforganiserende vermogen van mensen een kans krijgt. In plaats van de omgeving onze wil op te leggen en top-down te besturen, is het effectiever meer te luisteren, meer diversiteit in ons denken toe te laten en te vertrouwen op de krachten van spontane strategie en zelforganisatie.

Het nieuwe is dat op alle niveaus in onze maatschappij de mentale aspecten weer meer in de belangstelling komen te staan. We zoeken naar zingeving en naar de verbanden tussen denken en doen. We staan meer open voor spiritualiteit. En dat lijkt geen overbodigheid want drie eeuwen machinedenken en reductionisme hebben ons in een paradoxale situatie gebracht: terwijl we beschikken over meer kennis en technologische macht dan ooit tevoren, is onze kennis veelal gefragmenteerd en zijn we bijna volledig de eenheid van alles uit het oog verloren.

Veel cruciale kenmerken van de chaostheorie zijn revolutionair nieuwe begrippen, maar ze vormen een integraal deel van de menselijke ervaring. Het is dit inzicht dat ons in wezen terugbrengt naar het uitgangspunt van de eenheid van kennen en ervaren, van geest en materie. Maar we zijn niet terug bij af als we de kennis die het machinedenken heeft opgeleverd, incorporeren in het nieuwe wereldbeeld. Het is én-én.

 

7. Omgaan met chaos

We kunnen niet meer doen dan u een intuďtief begrip bijbrengen voor de Chaostheorie. U herkent er iets in vanuit de dagelijkse praktijk, soms roept de chaostheorie irritatie op. Komt het door het woord chaos of is het de teleurstelling dat we niet zoveel grip op het leven hebben als dat we altijd hadden gehoopt? Wij kunnen slechts de vraag stellen, het antwoord weet alleen uzelf: hetzij rationeel, hetzij intuďtief.

 

Meer weten? Of de tentoonstelling bij jullie in de eigen organisatie als startpunt van een boeiende dialoog? Jaap Peters (telefoon: 030-2965335 of jaap.peters@inter.nl.net). Bij de tentoonstelling in Zwammerdam staan en hangen momenteel kunstwerken van Ella Joosten. Een kunstenares uit Eindhoven, die in haar  werk wordt geďnspireerd door het chaosdenken.

Terug naar de top van de pagina.