![]() |
TIM-netwerk Statuten Stichting |
![]() |
STATUTEN
van de STICHTING TIM-netwerk Zuidoost-Brabant
Vandaag, twee juni tweeduizend vier, verschijnt voor mij
mr. Jan Don Bosco Josephus Maria van de Meulengraaf, notaris te Best:
de heer Julius Johannes Cornelius Maria Ruis, geboren te Son en Breugel op tien januari negentienhonderdvierenveertig, zich legitimerend met een paspoort met nummer NG0174700, wonende te 5691 GP Son en Breugel, Wagenaarlaan 2, en gehuwd. De verschenen persoon verklaarde een stichting op te richten en daarvoor vast te stellen de volgende statuten NAAM EN ZETEL ARTIKEL 1 1. De stichting draagt de naam: "Stichting TIM-netwerk Zuidoost-Brabant", hierna te noemen: “Stichting”. 2. De Stichting heeft haar zetel in de gemeente Eindhoven. DEFINITIES ARTIKEL 2 1. TIM staat voor de postdoctorale opleiding: Training Interactie Management. 2. Een TIM-alumnus is een afgestudeerde van de TIM. 3. TIM-groep: TIM-alumni van een bepaalde jaargang. 4. Het TIM-netwerk Zuidoost-Brabant bestaat uit TIM-alumni van alle TIM-groepen in Zuidoost-Brabant. AUTEURSRECHTEN EN LICENTIE ARTIKEL 3 1. De auteursrechten/intellectuele eigendomsrechten van het TIM-concept en het TIM-netwerk berusten bij de heer J.J.C.M. Ruis, de verschenen persoon. 2. De verschenen persoon verleent de Stichting een permanente (niet-exclusieve) licentie voor gebruik van de namen en adressen van de TIM-alumni ten behoeve van de activiteiten van de Stichting. 3. De aan de stichting verleende licentie voor gebruik van de namen en adressen van de TIM-alumni kan door de stichting niet aan derden worden overgedragen. DOEL ARTIKEL 4 De Stichting heeft ten doel: 1. Het vergroten van het innovatieve vermogen van Zuid-Nederland en Vlaanderen, meer in het bijzonder de regio Zuidoost-Brabant onder het motto ‘Innovatie door Interactie’. 2. Het bevorderen van de samenwerking tussen kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven, de zogenaamde Triple Helix. 3. Het uitwisselen van kennis, ervaring en ambitie tussen TIM-alumni, zowel uit de eigen TIM-groep als uit andere TIM-groepen. 4. Het promoten van Zuid-Nederland en Vlaanderen, meer in het bijzonder de regio Zuidoost-Brabant, als centrum van Science, Technology, Arts and Design. 5. Het bevorderen van de Quality of Life van Zuid-Nederland en Vlaanderen, meer in het bijzonder de regio Zuidoost-Brabant, in het bijzonder gericht op de gebieden zorg, onderwijs, veiligheid en vervoer. MIDDEL ARTIKEL 5 De Stichting tracht haar doel te bereiken door: 1. Het periodiek organiseren van bijeenkomsten voor leden van het TIM-netwerk, veelal ingeleid met interessante verhalen van goede sprekers. 2. Het gezamenlijk uitvoeren van activiteiten door de leden van het TIM-netwerk, al dan niet in subgroepen en projectgroepen van tijdelijke aard en van wisselende samenstelling. 3. Het aanleggen van een gegevensbestand waarin de kennis en ervaring van de leden van het TIM-netwerk is opgenomen en dat door de leden van het TIM-netwerk is te raadplegen. 4. Het bevorderen van nieuwe bedrijvigheid in de regio. 5. Het clusteren van innovatieve activiteiten rond kernen van nieuwe processen, producten en diensten. 6. Het samenwerken met TIM-netwerken in andere regio’s. FINANCIëLE MIDDELEN ARTIKEL 6 De financiële middelen van de Stichting bestaan uit: 1. Periodieke en incidentele bijdragen van de leden van het TIM-netwerk. 2. Subsidies, bijdragen en donaties. 3. Inkomsten en opbrengsten uit de door de Stichting te ontplooien activiteiten. 4. Hetgeen de Stichting door erfstelling, legaat, schenking of op andere wijze verkrijgt. 5. Opbrengsten uit het vermogen van de Stichting. TIM-NETWERK ARTIKEL 7 1. TIM-alumni kunnen toetreden tot het TIM-netwerk door betaling van een jaarlijkse bijdrage; voor het bijwonen van de periodieke bijeenkomsten kan een aanvullende bijdrage worden gevraagd. 2. De hoogte van de in lid 1 genoemde bijdragen wordt door het bestuur vastgesteld. 3. De namen van de leden van het TIM-netwerk worden ingeschreven in een register dat in beheer is bij het bestuur. 4. Leden van het TIM-netwerk zijn gerechtigd de periodieke TIM-bijeenkomsten bij te wonen. 5. Bij het nalaten van betaling binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van een factuur met betrekking tot een bijdrage kan een persoon uit het TIM-netwerk zonder verdere mededeling door het bestuur worden geschrapt uit het register. 6. Het bestuur mag de namen van de leden van het TIM-netwerk gebruiken en publiceren bij het promoten en realiseren van zijn doelstelling. 7. Op uitnodiging van het bestuur kunnen andere personen die achter de doelstelling van de Stichting staan, toetreden tot het TIM-netwerk. Zij hebben na toetreding dezelfde rechten en plichten als de TIM-alumni die tot het TIM-netwerk zijn toegetreden. BESTUUR ARTIKEL 8 1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit maximaal negen personen, al dan niet komend uit de kring van TIM-alumni. 2. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar; zij zijn terstond herbenoembaar. 3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van voorzitter en/of secretaris en/of penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld. 4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het overblijvende bestuurslid, een wettig bestuur. 6. De bestuursleden genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. 7. Het bestuur kan besluiten aan bestuursleden een vergoeding te verlenen voor de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. RAAD VAN ADVIES ARTIKEL 9 1. De Stichting kent een Raad van Advies, bestaande uit vertegenwoordigers van de TIM-alumni. 2. Elke TIM-groep heeft recht op ten minste één vertegenwoordiger in de Raad van Advies. 3. De leden van de Raad van Advies worden benoemd door het bestuur voor een periode van drie jaar; zij zijn terstond herbenoembaar. 4. De Raad van Advies adviseert het bestuur over aangelegenheden de periodieke bijeenkomsten van het TIM-netwerk betreffende. 5. De Raad van Advies komt op verzoek van het bestuur bijeen. 6. De voorzitter van het bestuur zit de vergaderingen van de Raad van Advies voor. BESTUURSVERGADERINGEN ARTIKEL 10 1 Ieder kalenderjaar wordt ten minste één vergadering gehouden. 2 De oproeping tot de vergadering geschiedt door de voorzitter ten minste zeven dagen tevoren. 3. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 4. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de vergadering daartoe aangezocht. BESTUURSBESLUITEN ARTIKEL 11 1. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een ander bestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één ander bestuurslid als gevolmachtigde optreden. 2. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 3. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, al dan niet per enig telecommunicatiemiddel, hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. BESTUURSBEVOEGDHEID ARTIKEL 12 1. Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting. 2. Het bestuur behartigt de belangen van de Stichting in de ruimste zin van het woord en is bevoegd al die besluiten te nemen, die nodig of gewenst zijn ter bevordering van het doel van de Stichting, een en ander voor zover in overeenstemming met deze statuten. 3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, mits het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuursleden. VERTEGENWOORDIGING ARTIKEL 13 1. Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting. 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden. 3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de Stichting binnen die grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. DIRECTEUR ARTIKEL 14 1. Het bestuur kan besluiten de dagelijkse leiding van de Stichting op te dragen aan een directeur en regelt in voorkomende gevallen de voorwaarden waaronder dit geschiedt. 2. De aanstelling van een directeur geschiedt voor bepaalde tijd. De lengte van de aanstellingsperiode wordt door het bestuur vastgesteld. 3. De directeur is verantwoording schuldig aan het bestuur voor zijn in lid 1 bedoelde werkzaamheden. 4. Het bestuur kan besluiten aan de directeur volmacht te verlenen voor bepaalde nader aan te duiden aangelegenheden. PERSONEEL ARTIKEL 15 1. Het bestuur dan wel de directeur indien het bestuur daartoe heeft besloten, kan (deeltijds) personeel aantrekken en regelt in voorkomende gevallen de voorwaarden waaronder dit geschiedt. 2. De aanstelling van personeel geschiedt altijd voor bepaalde tijd. De lengte van de aanstellingsperiode wordt door het bestuur dan wel de directeur indien het bestuur daartoe heeft besloten vastgesteld. 3. De Stichting kan voor de uitvoering van haar activiteiten ook gebruik maken van personeel en diensten van derden. In dat geval worden de voorwaarden, waaronder dit geschiedt, door het bestuur dan wel door de directeur indien het bestuur hiertoe heeft besloten, geregeld in overleg met de desbetreffende derde. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP ARTIKEL 16 Het bestuurslidmaatschap van een bestuurslid eindigt: 1. door haar/zijn overlijden; 2. wanneer hij/zij het vrije beheer over zijn/haar vermogen verliest; 3. door schriftelijke ontslagname (bedanken); 4. door ontslag hem/haar verleend door de gezamenlijke overige bestuursleden; 5. door ontslag op grond van artikel 2.298 Burgerlijk Wetboek. BOEKJAAR, BEGROTING EN JAARSTUKKEN ARTIKEL 17 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur stelt jaarlijks vóór eenendertig december een begroting vast van inkomsten en uitgaven in het volgende kalenderjaar. 3. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de Stichting afgesloten. Daaruit worden door het bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt. 4. De jaarstukken worden vastgesteld door het bestuur. STATUTENWIJZIGING EN JURIDISCHE FUSIE ARTIKEL 18 1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd moeten zijn, in een bestuursvergadering die daartoe speciaal schriftelijk is bijeengeroepen, op een termijn van tenminste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. 2. Indien niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt een tweede vergadering van het bestuur bijeengeroepen op de termijn en de wijze als vermeld in het vorige lid, waarin een besluit over de in lid 1 genoemde voorstellen kan worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden. 3. Bij de oproeping als in de leden 1 en 2 bedoeld moet melding worden gemaakt van de woordelijke tekst van de voorgestelde statutenwijziging dan wel mededeling worden gedaan van het voorstel tot ontbinding. 4. Ongeacht het hiervoor in dit artikel bepaalde, kan steeds een geldig besluit tot statutenwijziging worden genomen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig zijn, mits met algemene stemmen. 5. Een statutenwijziging treedt in werking op de dag dat zij bij notariële akte wordt geconstateerd. Tot het verlijden van deze akte is ieder bestuurslid bevoegd. 7. Het bepaalde in dit artikel is mutatis mutandis van toepassing op een besluit tot juridische fusie. ONTBINDING EN VEREFFENING ARTIKEL 19 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. 2. Bij ontbinding van de statuten komt de in artikel 3 genoemde licentie te vervallen. 3. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 4. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding de vereffening aan een of meer anderen is opgedragen. 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar. REGLEMENT ARTIKEL 20 1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven. 2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. 3. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen. ONVOORZIENE BEPALINGEN ARTIKEL 21 In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. SLOTBEPALINGEN Voorts verklaarde de verschenen persoon dat tot lid van het bestuur wordt benoemd de heer Julius Johannes Cornelius Maria Ruis, wonende te 5691 GP Son en Breugel, Wagenaarlaan 2, als in de aanhef van deze akte genoemd. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte is verleden te Best op de datum in het begin van deze akte vermeld. Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte en toelichting daarop aan de verschenen persoon, heeft deze verklaard vóór het verlijden van deze akte van de inhoud te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend. |