Prioriteit Kenniseconomie

Time is up ?

nadere informatie: Jules Ruis


Terug naar Index Prioriteit Kenniseconomie



Time is up voor industrie in Nederland?

12 december 2003

Velen zien het vertrek van arbeidsintensieve delen van de industrie uit Nederland als een onvermijdelijke proces. Dan wordt gedacht: als we maar de hoogwaardige delen van industrie in Nederland houden, past dat beter in de economie van de toekomst; een kenniseconomie met veel R&D en veel kenniswerkers.

Mijn intuïtie zegt mij dat dat wel eens een grote strategisch fout zou kunnen zijn en dat we met deze ontwikkeling niet alleen het badwater, maar ook het kind weggooien. Ik werd in die overtuiging sterk bevestigd tijdens het VNO-NCW congres 'Doing business in changing EU' begin november. De inleiders waren niet de minsten: minister van EZ Brinkhorst, EU-commissaris Bolkestein en AKZO-topman Wijers. Uit de inleidingen kwam een tamelijk negatief beeld van Europa’s toekomst naar voren. Europa raakt achterop in economische groei en herstelt ook minder snel van de jongste recessie.

Het meest in het oog sprong het betoog van Hans Wijers. Hij liet aan de hand van recent onderzoek zien dat binnen enkele decennia China en India (met de USA) tot de grootste economieën in de wereld zullen behoren en dat Europa, bij ongewijzigd beleid, ver achter zal blijven. Europa wordt onaantrekkelijk voor industrie, investeert minder (ook in R&D) en wordt geplaagd door hoge kosten en lage groei. Als we al R&D plegen, zijn we niet slim in innovatieve toepassingen ervan. Binnen het plaatje van Europese landen scoorde Nederland daarbij zelfs nog onder het gemiddelde. Het is al een drama wanneer alleen al de helft van dit scenario werkelijkheid wordt.

Niks geen kenniseconomie.

Deze analyse werd later in een forumdiscussie nog eens bevestigd door oud-minister en oud-Citybank topman Onno Ruding. Wijers illustreerde aan de hand van concreet AKZO-beleid de harde realiteit: in de laatste vier jaar heeft AKZO (farmacie) in Europa vijftien fabrieken gesloten en 3000 arbeidsplaatsen geschrapt, terwijl zij buiten Europa tien fabrieken heeft geopend en 1500 arbeidsplaatsen gecreëerd.

Op de vraag hoe Europa weer een aantrekkelijk innovatieklimaat kan krijgen, was Wijers heel simpel: zogauw als Europa weer rendabel wordt voor industrie, zullen wij onmiddellijk weer (in R&D) investeren. Dus niet andersom. Op de vraag hoeveel tijd we nog hebben, antwoordde Wijers: time is up!

Kenniseconomie en innovatiebeleid zijn dus niet zo ingewikkeld: verhoog de concurrentiekracht van (de Nederlandse) industrie door lagere kosten, meer flexibiliteit, betere scholing, betere bereikbaarheid en minder regels - dan volgt de R&D vanzelf.

Hebben we daar innovatieplatforms voor nodig?

Peter Schalk, vice-voorzitter Kamer van Koophandel Zuid-Limburg.


Terug naar de top van deze pagina