![]() |
Prioriteit Kenniseconomie |
![]() |
Regeringsverklaring Onderwijs en Kennis Onderwijs en onderzoek zijn een essentiële basis van de samenleving en de economie. Ondanks de moeilijke financieel-economische situatie wordt er niet bezuinigd op onderwijs en kennis. Integendeel, het kabinet trekt juist fors extra middelen uit voor deze prioriteit in het beleid. Bovendien kan de sector efficiencywinsten door vermindering van bureaucratie en overhead herinvesteren in het onderwijs. Schoolbudgetten zullen zo veel mogelijk worden gebundeld en gedecentraliseerd (ook van gemeenten) naar de scholen. In dat kader worden middelen voor onderwijsachterstandenbeleid en gewichtenregeling samengebracht in één nieuwe regeling, met als maatstaf de feitelijke achterstand van de leerling. Dat biedt scholen de mogelijkheid om meer gebruik te maken van schakelklassen om leerlingen met achterstanden te laten inlopen. Het extra budget dat scholen krijgen kan dan ook naar eigen inzicht worden besteed. De overheid gaat zich vooral richten op de kwaliteit van de onderwijsoutput (eindtermen, kerncurriculum) en zorgt voor toezicht daarop. Er zal meer ruimte geboden worden voor de inrichting van het onderwijs (zoals studiehuis en basisvorming). Ouders, docenten en leerlingen moeten meer invloed op de inrichting van het funderend onderwijs krijgen. Daartoe moeten besturen meer verantwoording afleggen en meer inzicht geven in bestedingen en de kwaliteit van het onderwijs. Het kabinet kiest voor kleinschalig onderwijs en stimuleert dit door fusies en de vorming van steeds grotere scholen af te remmen. De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs, die in het vrije deel van het curriculum mogelijk is, wordt bevorderd. Aan de vrijheid van onderwijs wordt niet getornd. Scholen hebben recht op naleving en bescherming van hun eigen grondslag en traditie. Scholen kunnen van ouders en leerlingen vragen de grondslag en traditie van de school te respecteren. Van scholen mag dan worden gevraagd, zonder acceptatieplicht, om leerlingen op die basis te aanvaarden. In dat kader is het nuttig als gemeenten met scholen afspraken maken over de opneming van allochtone leerlingen. Het terugdringen van het lerarentekort heeft prioriteit. Door uitbreiding van ondersteunende functies wordt de werkdruk verlicht; het vak wordt aantrekkelijker gemaakt. Uitval in het beroepsonderwijs wordt tegengegaan door meer leerlingbegeleiders. betere aansluiting tussen vmbo en mbo, praktijkgerichte lessen die het beste uit elke leerling halen, en bijvoorbeeld door deelcertificaten op verschillende niveaus mogelijk te maken. De aansluiting van de beroepsopleiding op de arbeidsmarkt wordt verbeterd, onder andere door meer samenwerking met het bedrijfsleven. Nederland moet tot de Europese voorhoede behoren op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. Ter wille van de benodigde integrale aanpak wordt een Innovatieplatform opgericht, waarin de bij onderwijs en innovatiebeleid betrokken ministers en vertegenwoordigers van relevante maatschappelijke partijen (zoals bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen) onder leiding van de minister-president plannen uitwerken voor de te volgen strategie voor kennisontwikkeling en -exploitatie. Het budget voor de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk wordt verhoogd om met name het midden- en kleinbedrijf te stimuleren te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Het klimaat voor startende ondernemers in de technologiesector wordt versterkt. Excelleren in kennis kan slechts door goed en toegankelijk hoger onderwijs en concentratie van onderzoeksgebieden en -locaties, bijvoorbeeld biotechnologie en ICT. Om de kwaliteit te verhogen en concurrentie te stimuleren wordt een deel van de eerste geldstroom overgeheveld naar de tweede. Instroom in en afronding van bèta- en technische opleidingen worden gestimuleerd door, zonodig onorthodoxe, maatregelen. Kunst inspireert en draagt bij aan de kwaliteit van de samenleving. Het kabinet stimuleert een sterke culturele infrastructuur. Het behoud van de Nederlandse taal en cultuur in een steeds kleiner wordende wereld is van groot belang. Bij de beoordeling van subsidieaanvragen staat de kwaliteit voorop. Om kunstenaars en kunstinstellingen meer ruimte te geven zich op de inhoud van hun werk te richten, worden minder administratieve eisen aan de subsidieaanvragen gesteld. |