Prioriteit Kenniseconomie

Grote ambities

nadere informatie: Jules Ruis


Terug naar Index Prioriteit Kenniseconomie



De grote ambities rond innovatie
Den Haag, maandag 29 september

Sinds een tijdje ligt het woord innovatie weer op de lippen van ondernemers, politici en professoren. Premier Balkenende heeft een paar weken geleden het Innovatieplatform geïnstalleerd, en om de haverklap vinden er bijeenkomsten plaats over innovatie en de kenniseconomie. Voorlopig hoogtepunt was een congres vorige week in de deftige Haagse Ridderzaal. Heeft het bedrijfsleven werkelijk ministeriële aanmoediging nodig, of is er na de 'nieuwe economie' gewoon behoefte aan een nieuw thema?

De ambities zijn groot. Op de Europese top in Lissabon van 2000 is afgesproken dat Europa in 2010 de sterkste kenniseconomie van de wereld moet hebben. Nederland wil daarin voorop lopen. Logisch: ons land kan zijn economische groei en werkgelegenheid op den duur alleen maar veiligstellen door nieuwe, betere productiemethoden.
Nu de economie hapert, wordt iedereen voorzichtiger. Bedrijven investeren minder snel in nieuwe technieken waarvan de toepasbaarheid nog niet zeker is, de overheid aarzelt met onderzoeks- en subsidiebudgetten. Dat botst met de noodzaak om de kenniseconomie juist te versterken. Het kabinet probeert het tij te keren door bedrijfsleven, wetenschap en overheid te verenigen in het Innovatieplatform.
Innovatie is natuurlijk nooit echt weggeweest. Zeker in deze regio zijn volop bedrijven te vinden die zich bezighouden met nieuwe bedrijvigheid of verbetering van bestaande productiemethoden. Philips heeft zo'n beetje z'n hele High Tech Campus eraan gewijd, de TU/e is een bron van innovatie en tientallen kleinere bedrijven ontlenen er hun bestaansrecht aan. De rest van Nederland kan dus een voorbeeld nemen aan Zuidoost-Brabant. Niet dat dat echt gebeurt overigens: in het Innovatieplatform, dat bestaat uit 15 mensen, zit behalve Philips-topman Kleisterlee niemand uit deze regio.

Zorgen
Toch maakt men zich zorgen, ook hier. Philips, ASML, de TU/e: allemaal waren ze vertegenwoordigd vorige week in Den Haag, allemaal vinden ze dat innovatie gestimuleerd moet worden. Vergeleken met het buitenland loopt Nederland niet bepaald voorop, hield men elkaar voor. In Europa is het aandeel van nieuwe ondernemingen op het totaal aantal ondernemingen gemiddeld vijf keer zo hoog. Ook het aantal nieuwe bedrijfjes dat zich hier bezig houdt met technologie is relatief laag ten opzichte van alle starters.
Méér kennis moet worden omgezet in bedrijvigheid. De vraag is waarom daar een Innovatieplatform voor nodig is, en zoveel grote woorden. Is het niet een beetje gek dat een minister van Onderwijs een bedrijf als Philips moederlijk maant om toch op tijd een nieuwe technologie voor scheerapparaten te bedenken? En dat het bedrijf daarvoor misschien te rade kan gaan bij de TU/e?
Het kan natuurlijk geen kwaad om het proces te stimuleren van kennis omzetten in bedrijvigheid. Er zijn tal van grote en kleine obstakels. Prof. Soete van de Universiteit van Maastricht schetste vorige week de schroom van wetenschappers om in de zakenwereld te stappen, 'de wereld waarin geld belangrijk is.'
Dan is er nog het probeem van de tweede fase: vaak lukt het nog wel om onder de beschermende vleugels van universiteit of overheidssubsidie een bedrijfje te be
ginnen, maar als na verloop van tijd het spreekwoordelijke gat in de markt ook echt blijkt te bestaan en er bijvoorbeeld een professionele productielijn moet worden gebouwd, komen de problemen. Want dan moet de bank of een investeerder over de brug komen, terwijl het succes alleen nog maar op papier bestaat. Uiteindelijk zal het bestaansrecht van het Innovatieplatform vooral aan dit soort praktische dingen worden afgemeten: het versoepelen van subsidieregelingen, duidelijk maken hoe universiteiten hun startende wetenschappers kunnen helpen, bedrijven die onderzoeksinstellingen uitnodigen op hun campus.
Dat zijn bescheiden veranderingen. Als er een Innovatieplatform voor nodig is om de Europese kenniseconomie de eerste van de wereld te maken, dan moet dat maar. Zoals dr. A. Huijser, lid van de raad van bestuur van Philips vorige week zei: "Alle beetjes helpen."

--------------------------------------------------------------------

Gelezen in het Eindhovens Dagblad van dinsdag 30 september 2003

--------------------------------------------------------------------

 


Terug naar de top van deze pagina