| Brandbrief directeuren VMBO aan de leden
van de 1e en 2e Kamer
Drastische wijziging
VMBO
Netwerk zondag. 26 september 2004
Verslaggeving: Peter Tetteroo
Leraren en directeuren willen een drastische
wijziging van het VMBO. Ze vinden dat veel van hun leerlingen niet geschikt
zijn om met hun neus in de boeken te zitten. Zij moeten met hun handen
aan het werk kunnen. Theoretische
vakken
In 1999 werden het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) en de MAVO samengevoegd
tot het VMBO, het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs. Jongeren
moesten meer ontwikkeld worden was de gedachte. Er kwam een veel grotere
nadruk op theoretische vakken.
Gefrustreerd
Deze week schreven 200 directeuren uit het VMBO een brandbrief aan de
Eerste en Tweede Kamer. Veel kinderen worden volgens de verontruste
VMBO-directeuren onnodig in de problemen gebracht. Ze willen met hun
handen bezig zijn, niet met hun hoofd. En vaak raken ze dusdanig gefrustreerd,
dat ze niet meer hanteerbaar zijn op school, of zelfs de school verlaten.
Niet meekomen
In Nederland gaat 60% van de kinderen naar het VMBO. Een groot deel
van die kinderen zit volledig op z’n plek, maar waar het om gaat
is een groep kinderen die niet kan meekomen.
Brief
En met die groep voor ogen schreven de directeuren en leerkrachten een
brief aan de Eerste en Tweede Kamer. De boodschap: ‘Hervorm het
VMBO, zo snel mogelijk, in het belang van duizenden kinderen.’
De volledige tekst luidt:
Aan de leden van de Tweede en Eerste Kamer
Der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Onderwerp: vmbo
Geachte heer, mevrouw,
Over belangstelling, vooral negatieve,
heeft het vmbo het laatste jaar niet te klagen.
Zo’n 60% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gaat naar
het vmbo. Veel van deze leerlingen hebben extra aandacht nodig. In het
vmbo komen veel problemen van de maatschappij samen: de groeiende tweedeling
in onze maatschappij, de toegenomen agressie en onveiligheid, de problematiek
van de multiculturele samenleving, de toename van het aantal probleemgezinnen,
hoge werkloosheid, criminaliteit. Het is voor de samenleving van groot
belang vmbo-leerlingen die aan de rand van het speelveld staan, er weer
in te trekken. Het vmbo is aan een opwaardering toe.
Met deze brief willen wij, een groep verontruste directeuren en leraren
uit het vmbo, u onder de aandacht brengen wat er in de visie van het
onderwijsveld zelf moet gebeuren om de positie van het vmbo te versterken
en vmbo-leerlingen betere kansen te bieden.
Ruimte voor scholen
Vmbo-leerlingen zijn anders dan havo/vwo-leerlingen. Veel vmbo-leerlingen
zijn vooral praktisch georiënteerd. Het zijn meer doeners dan denkers.
Ten gevolge van de regelgeving en de eisen die aan scholen worden gesteld
worden veel vmbo-leerlingen aangesproken op capaciteiten die ze nauwelijks
bezitten. Ze worden te weinig in de gelegenheid gesteld om andere vaardigheden
die ze wel bezitten aan te spreken. Het risico dat vmbo-leerlingen gedemotiveerd
raken en het onderwijs voortijdig verlaten is groot. Om dit te keren
naar de mening van het veld, dient aan de volgende voorwaarden te worden
voldaan:
- Onderwijs op maat;
- Doorlopende leerlijnen (vmbo-mbo);
- Faciliteiten voor zorgleerlingen;
- Adequate opleiding van onderwijspersoneel.
Op deze voorwaarden gaan we in deze brief achtereenvolgens in.
Onderwijs op maat
Vmbo-leerlingen zijn heel divers. Verschillen in leerstijlen en aanleg
en in maatschappelijke en culturele achtergronden maken onderwijs op
maat noodzakelijk. Het vmbo zelf is bovendien een relatief nieuwe onderwijssoort,
die zich nog moet ‘zetten’, ook in de doorloop naar het
mbo. Juist voor deze groep leerlingen is het noodzakelijk dat materialen
en aanpak steeds worden afgestemd op hun capaciteiten, interesses en
leefsituatie. Leraren hebben daar te weinig tijd voor; het schiet er
bij in of gebeurt in de eigen tijd.
Aanbeveling: Meer faciliteiten
voor ontwikkeltijd, minder lestijd voor leraren.
Doorlopende leerlijnen (vmbo-mbo)
In het huidige onderwijs halen veel vmbo-leerlingen de eindstreep niet.
Het is van groot belang dat het onderwijs erin slaagt ook de zwaksten
in de samenleving vast te houden en hen daarmee perspectief op werk
en een maatschappelijke positie te bieden.
Juist voor veel van deze leerlingen geldt dat zij gebaat zijn bij een
op de persoon toegesneden, stap voor stap voorbereiding op het uitoefenen
van een vak. Zij zijn ermee geholpen wanneer er sprake is van een doorlopende
leerlijn zonder hindernissen van vmbo naar mbo.
Aanbeveling: Richt de onderwijsregelgeving
zo in dat doorlopende leerlijnen van vmbo naar mbo mogelijk zijn. Verstrek
scholen faciliteiten om doorlopende leerlijnen te realiseren.
Meer faciliteiten voor zorgleerlingen
Wij hebben als vmbo-scholen veel leerlingen die extra zorg nodig hebben.
Onze leerlingen hebben te maken met Jeugdzorg, welzijnsinstellingen,
medische zorg, het bedrijfsleven en soms ook politie en justitie. Daarnaast
zijn natuurlijk ouders en verzorgers een belangrijke partij in de opvoeding.
Het is van belang dat al die schakels goed met elkaar samenwerken. De
regionale situatie is daarbij bepalend, regionale arrangementen zijn
noodzakelijk. De problemen verschillen van leerling tot leerling. Zorg
op maat en extra begeleiding is vereist. Om dit te kunnen bieden zijn
meer faciliteiten noodzakelijk. Daarnaast dienen scholen meer mogelijkheden
te krijgen om onhandelbare leerlingen tijdelijk binnen of buiten de
school (time out) of zelfs structureel buiten de school te plaatsen.
Daardoor kunnen ook andere leerlingen voldoende tijd en aandacht krijgen.
Alleen zo krijgen alle leerlingen wat hen toekomt: goed onderwijs dat
hun voorbereidt op hun toekomst.
Aanbeveling: Meer faciliteiten
om leerlingen binnen de school extra zorg te bieden, en om onhandelbare
leerlingen tijdelijk of structureel buiten de school te plaatsen.
Adequate opleiding van onderwijspersoneel
De klassieke vakkenstructuur sluit niet aan bij de praktische oriëntatie
van vmbo-leerlingen. Ook de lerarenopleiding voortgezet onderwijs, -die
ook opleidt voor het vmbo- zou beter aan moeten sluiten op de eisen
die het lesgeven aan deze groep leerlingen met zich meebrengt. Die aansluiting
wordt het beste tot stand gebracht door de opleiding een gedeelde verantwoordelijkheid
van vmbo-scholen en lerarenopleidingen te maken.
Aanbeveling: Laat het vmbo formuleren
over welke competenties leraren op hun school dienen te beschikken en
laat de scholen tezamen met de lerarenopleidingen (ook) daarvoor opleiden.
Herzie daartoe de facilitering van de scholen.
Kort samengevat komen
de aanbevelingen neer op meer ruimte en meer financiële armslag
voor vmbo-scholen om hun onderwijs zo in te richten dat zij onderwijs
kunnen bieden dat optimaal aansluit bij de eigen lokale situatie en
de behoeften en talenten van de individuele leerlingen.
Tot slot: Het vmbo bereidt
het grootste deel van onze jongeren voor op deelname aan maatschappij
en arbeidsmarkt. Wij moeten zeer tot onze spijt constateren dat wij
onze opdracht onvoldoende waar kunnen maken. Leerlingen haken in toenemende
mate te vroeg af, met alle gevolgen van dien voor hun loopbaan én
voor de samenleving. De tijdens deze kabinetsperiode ingezette maatregelen
die het vmbo treffen (terugloop GOA-middelen, herverdeling middelen
gewichtenregeling, afschaffen OALT-middelen, bezuiniginging op I/D-banen)
zullen het er niet beter op maken.
Wij, het vmbo-veld, pleiten ervoor meer te investeren in ons onderwijsveld.
Dat is hard nodig. Het zal niet alleen de leerlingen maar de hele samenleving
ten goede komen.
|