kop
Over SMO Publicaties Projecten Nieuws Links Contact Zoeken Home
Onderstaande tekst is een voorstudie. De definitieve tekst wordt eind 2005 bij SMO gepubliceerd.


DRAFT: Not for quotation

Koers 2020
Smart people, smart economy, smart society

W.J. de Ridder
Januari 2005

Inhoudsopgave


1. Inleiding
2. Opkomst van de informatiemaatschappij
2.1 Veranderende leefwereld
2.2. Veranderend bedrijfsleven
2.3. Veranderende steden
2.4. Veranderende wereldeconomie

3. Turning point 2001
3.1 Installation-period
3.2 Deployment-period
3.3 Institutional recomposition

4. Koers 2020
4.1 Contouren van de nieuwe leefwereld
4.2 Contouren van het nieuwe bedrijfsleven
4.3. Contouren van de nieuwe stad
4.4. Contouren van de nieuwe wereldeconomie

5. Smart society
5.1 Onzekerheden in het toekomstonderzoek
5.2 Contouren van de nieuwe tijd
5.3 Structureren van de beleidsvorming
5.4 Timing

top

1. Inleiding

Big bang in de ontwikkeling van de technologie
In 1971 introduceerde Intel de ‘Computer op een chip’. Het was de eerste microprocessor die vanwege de lage productiekosten er van de ontwikkeling van de micro-elektronica een ongekende impuls gaf. Deze Intel 4004 chip genaamd, werd gemaakt in opdracht van de Japanse calculatorfabrikant Busicon en had met 2030 transistoren dezelfde rekenkracht als de eerste – een zaal vullende - computer, de ENIAC, die in 1946 op de markt was gekomen. Intel behield het recht om tegen betaling van $ 60.000,-- aan Busicon de kennis te gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe chips en legde daarmee de basis voor een ongekende technologische revolutie. De Engelse wetenschapper Carlota Perez kiest deze gebeurtenis als de big bang die aan een technologische revolutie vooraf pleegt te gaan. Vier maal eerder was er sprake van een overeenkomstige innovatie. De Intel-chip staat namelijk op dezelfde lijst als de katoenspinnerij die Richard Arkwright in 1771 in het Engelse Cromford opende. Die gebeurtenis wordt alom gezien als de technologische innovatie die het begin van de Eerste Industriële Revolutie inluidde. De prijs die George Stephenson in 1829 won van de Liverpool & Manchester Railwaycompany met de stoomlocomotief ‘The Rocket’ was de big bang van de Tweede Technologische Revolutie in de menselijke geschiedenis. De staalfabriek die Andrew Carnegy in 1875 in Pittsburgh, Pennsylvania, bouwde markeerde de start van de Derde Technologische Revolutie. Het gouden tijdperk van de olie, de auto en de massafabricage, de Vierde Technologische Revolutie, werd geopend met de introductie van de T-Ford, die in 1908 in Detroit voor het eerst werd geproduceerd.

Big bang in ontwikkeling van de ervaring van ruimte en tijd
Ook op andere terreinen is er sprake van een big bang. In 1999 stelt Margaret Wertheim:
“Vlak voor onze ogen ontwikkelt zich cyberspace, een nieuwe wereld met de exponentiële kracht van zijn eigen big bang. Precies zoals volgens kosmologen de fysieke ruimte van ons heelal zo’n 15 miljard jaar geleden vanuit het niets door een explosie is ontstaan, zo is ook de ontologie van cyberspace een ex nihilo. We are witnessing here the birth of a new domain, a new space that simply did not exist before.” Dit citaat van Margaret Wertheim dateert van 1999. Vijf jaar later is het begrip cyberspace, ook wel commons of virtuele ruimte genoemd, gemeengoed. Wij zijn vertrouwd geraakt met de nieuwe wereld die naast de fysieke en de mentale ruimte een op zichzelf staande omgeving is geworden, waar iedere denkbare combinatie, permutatie en configuratie van netwerken mogelijk is . Michael Benedict noemt cyberspace een extra plaats waar het bewustzijn terecht kan.

top

Big bang in de financiële wereld
De sterke stijging van de koersen op de effectenbeurzen die zich met name in de jaren ’90 van de vorige eeuw afspeelde, kwam in 2001 tot een einde toen de koersen in een jaar tijd sterker daalden dan ooit tevoren. Met de wijsheid achteraf werd vastgesteld dat een luchtbel was leeggelopen. In de opmaat naar het hoogtepunt van de koersvorming was de maatschappij in de ban van de nieuwe economie. Blijkbaar was het niet mogelijk met alle kennis van eerdere hypes op de financiële markten en van fundamentele wetmatigheden in de economie om de onmogelijkheid van de voortzetting van de hoge beurskoersen te voorspellen.

Big bang in de ontwikkeling van maatschappelijke ideologieën.
Ook de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 is als een big bang ervaren. Voor de één is deze gebeurtenis de triomf van het kapitalisme over het communisme, voor de ander het begin van een tijd waarin het kapitalisme zonder tegenkrachten – en dus ongebreideld - zijn weg in de wereld kan vervolgen. Aan deze ontwikkeling kwam een abrupt einde door een andere big bang, die van 11 september 2001, zijnde de terroristische aanslag op het World Trade Centre in New York. Het is een diep ingrijpend moment in het denken over de toekomst van onze maatschappelijke orde in een steeds vijandiger wordende omgeving.

De Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber stelt in dit verband dat het globale kapitalisme van McWorld geestelijke waarden ontkent en de cultuur vervlakt, en dat de Jihad moet worden gezien als een extremistische reactie daarop. De Jihad haat het globale, alles gelijkschakelende effect van McWorld en wil als reactie zijn eigen, particuliere, sektarische regiem aan de maatschappij opleggen. In de strijd tussen McWorld en Jihad om de hegemonie, nemen beide hun toevlucht tot dwang, geweld en manipulatie. Voor Barber ligt de sleutel voor de oplossing van deze strijd in de verdediging van de ’civil society’, het gebied van de burger die, niet gedwongen door pressie van economische belangengroepen of religieus of etnisch geweld, medevormgever van de maatschappij is.

top

Kruispunt
Met de beschreven big bangs is de problematiek geïntroduceerd die centraal staat in dit essay.
Wij gaan in het hiernavolgende nader in op de Vijfde Technologische Revolutie en op de betekenis die deze heeft voor de economie en de maatschappij van dit moment en voor die van de komende tijd.
In het volgende hoofdstuk zijn enkele vraagstukken beschreven die in meer of mindere mate aan de gevolgen van de actuele technologische ontwikkelingen kunnen worden toegeschreven. Zij hebben zowel betrekking op veranderingen in de leefwereld van de mens als op die in het bedrijfsleven. Ondernemers ervaren daarbij niet alleen dat afnemers en medewerkers steeds vaker andere prioriteiten stellen en verwachtingen hebben, maar ook dat het productieproces ingrijpend verandert. De stad, als metafoor van de leefomgeving van de mens, blijft in deze ontwikkeling niet achter en met de invloed van de globalisering kan met recht worden gesteld dat de samenleving zich voor wat de intensiteit van veranderingsprocessen betreft, zich niet onbetuigd laat.
In het derde hoofdstuk volgen wij Perez met haar analyse van de relatie tussen economie en technologie in de tijd. Zij concludeert dat economische actoren die met succes inspelen op de condities in de samenleving die als gevolg van technologische ontwikkelingen zijn veranderd, het meest profiteren van de commerciële mogelijkheden die zich aandienen.
In het vierde hoofdstuk worden enkele van die mogelijkheden verkend en wordt een beeld opgeroepen van de tijd die ons de komende jaren staat te wachten.
In het afsluitende hoofdstuk wordt de visie op de cyberwereld samengevat. Hopelijk is daarmee het doel bereikt dat is beoogd: het centraal stellen van de noodzaak van strategische oriëntaties van mensen, bedrijven en instellingen op nieuwe technologische, sociaal-psychologische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarbij worden wij gesteund door de literatuur op dit onderwerpt die steeds sterker convergeert. Dit wijst op toenemende consensus over de richting die de samenleving opgaat. De strijd om de toekomst kan beginnen.

top

2. Opkomst van de informatiemaatschappij

2.1 Veranderende leefwereld

De informatierevolutie die in de jaren ’70 schoorvoetend begon en daarna tot ontwikkeling kwam, duurt onverminderd voort. Over de gevolgen van informatietechnologie wordt gesproken alsof er sprake is van een ‘singularity’, a future time when societal, scientific, and economic change is so fast we cannot even imagine what will happen from our present perspective. Daarmee is niet het laatste woord gezegd, maar eerder het eerste. De rekenkracht van de computer benadert binnen een decennium die van het menselijke brein. In 2050 winnen naar verwachting robots de voetbalwedstrijd tegen de winnaar van de Champions League, zoals de computer in 1997 de schaakwedstrijd tegen Kasparov won. Van Kasparov is de uitspraak: even if I don’t want to, now I have to think about man versus something else, an alien. Die wereld is realiteit geworden.

Ook de Spaanse socioloog Manuel Castells stelt vast dat deze technologische revolutie de wijze transformeert waarop en wat we denken, hoe we produceren, consumeren, communiceren, handelen, leven en zelfs liefde beleven. Daarbij verandert de sociale structuur, want dominante functies en processen worden in toenemende mate via netwerken georganiseerd. Castells prijst de dynamiek van wat de informatiesamenleving wordt genoemd, maar wijst er ook op dat de onbeheersbare turbulentie tot instabiliteit kan leiden. Er spelen processen van decentralisatie, technificering, flexibilisering, ont-hiërarchisering (vervlakking), individualisering, multiculturalisering en versplintering van gemeenschappelijke stelsels van normen en waarden, maar er vindt ook nieuwe gemeenschapsvorming plaats. Velen voelen zich in al deze veranderingen als een zojuist losgelaten vis; vrij, maar erg onwennig.

Tijd en ruimte, voorheen de materiële stutten van menselijke ervaring en samenleving, worden getransformeerd, doordat de space of flows de space of places domineert en timeless time kloktijd doet verdwijnen. Mensen raken hierdoor hun voorgeschreven ritmes kwijt. Deze vrijheid gaat gepaard met sterke gevoelens van onveiligheid en onduidelijkheid. Vaak reageert men hierop met een poging orde in de chaos te scheppen wat echter niet meer mogelijk is. De risicomaatschappij , met haar veranderingssnelheid en haar culturele complexiteit is immers een gegeven, waar mensen in en vanuit deze chaos aan het eigen leven vorm en richting moeten geven. Niet iedereen is hiervoor toegerust; de vrijheid en zelfstandigheid van het individualisme leiden tot gevoelens van eenzaamheid en vervreemding. Dit kan ook overgaan in opportunisme, een toestand waarin de individuele autonomie niet naast, maar tegenover de (morele) verantwoordelijkheid voor anderen komt te staan.

top

Kapitalisme en uitsluiting
Macht neemt in het informatietijdperk een andere vorm aan: the power of flows takes precedence over the flows of power. De kapitalistische mondiale economie en productiewijze wint in de gehele wereld terrein. Het kapitalisme is inmiddels in de cultuur geworteld en wordt door steeds weer vernieuwde technologie ondersteund. Maar nu de wereld voor de eerste keer in de geschiedenis rondom een grotendeels gelijke set van economische regels is georganiseerd, wordt zichtbaar dat dit technologische kapitalisme gebieden en groepen uitsluit, omdat ze, gezien vanuit de dominante belangen, irrelevant zijn. Het nieuwe kapitalisme is wel flexibeler dan voorheen, maar ook harder in zijn doelen. Kortom; wie niet aan de eisen van deze (mondiaal kapitalistische) netwerklogica weet te voldoen, verdwijnt van het toneel en wordt slachtoffer van de informatiesamenleving.

Een andere dynamiek
De dynamiek van de informatiesamenleving leidt tot een nieuwe leefwereld die niet in oude termen te begrijpen is. Hoewel geld een rol zal blijven spelen bij het verkrijgen van belangrijke materiële hulpbronnen, is het bezit ervan niet meer het enige onderscheidende criterium. Status wordt ontleend aan de positie van het individu in voor hem relevante netwerken. Individualisering gaat dan ook samen met versterking van sociale relaties. Columniste Dorien Pessers schrijft in de Volkskrant dat individualisering zowel een verlangen als een dwang is waarmee gewonnen en verloren wordt. Hoogleraar sociaal en cultureel beleid Paul Schnabel stelt dat 'individualisering als maatschappelijk proces zichtbaar wordt in de verzelfstandiging van mensen ten opzichte van elkaar'. Tegenover dit begrip van zelfstandigheid staat volgens Pessers een groot misverstand, namelijk dat individualisering zou leiden tot onafhankelijkheid van alles en iedereen. Pessers wijst in dit verband op de illusie van onafhankelijkheid die het zelfstandig geworden individu zich vaak voorstelt. De markt en de media spelen hier vaak handig op in: just be yourself, wear nike: De Mul & Frissen stellen dat 'de postmoderne samenleving een supermarkt van life styles is geworden'. Volgens Pessers worden mensen kapitalistische ondernemers van hun eigen leven, werkgevers van zichzelf. Zij worden hiermee tevens verantwoordelijk voor zichzelf, hun gezondheid, hun arbeids(on)geschiktheid, voor hun alles. 'Gevolg is dat de werknemer tegenwoordig zijn eigen onderdrukking en uitbuiting dreigt te organiseren. Hij treedt op als mini global player in het global casino, zogenaamd optredend in een maatschappelijk vacuüm en beseft niet dat hij het product is van een samenleving van afhankelijkheidsrelaties en overgeleverd aan krachten buiten zijn macht'

Brinkgreve formuleert het als volgt: individualisering vraagt van sommigen meer zelfkennis en meer zelfbeheersing dan men zou willen en meer verantwoordelijkheid dan men aankan. Het voorheen vaststaande lot, het voorgeschreven leven, is met de individualisering verdwenen. Een onzekere toekomst en omgeving heeft men er voor teruggekregen. Bauman beschrijft deze overgang van destiny naar uncertainty in zijn artikel: From pilgrim to tourist als de verschuiving van de moderne naar de postmoderne identiteit. Hij gebruikt hiervoor de metaforen van de flaneur, de zwerver, de toerist en de speler. Deze mens is er, volgens Bauman, op uit om alles uit het leven te halen wat erin zit. Vooral en boven alles wil hij van het leven genieten. Bauman schetst dit leven van de postmoderne mens als een spel, waarin geen regels en wetten bestaan. Met iedere nieuwe generatie informatietechnologie (dat is iedere twee à drie jaar) wordt onze maatschappij meer uncentralized.

top

Slachtoffers
Deze overgang naar een nieuwe leefwereld kent ook verliezers. Zij zijn als het ware slachtoffers van de informatiesamenleving. Iedereen die niet gebruik kan maken van de verworvenheden van de nieuwe wereld, door eigen onkunde of doordat anderen het beter kunnen, definiëren wij als slachtoffer. Dit kunnen individuen zijn maar ook groepen. Zij worden in meer of minder mate uitgesloten van participatie. Slachtoffers zijn ook diegenen wiens plaats in de samenleving wordt aangetast als gevolg van functieverlies of relatieve deprivatie. De dominante processen die de informatiesamenleving beheersen, te weten informatisering, informalisering, individualisering en globalisering creëren een onzekere en veranderlijke omgeving waarin mensen sneller het slachtoffer worden van de nieuwe wereld. Veel voorkomende slachtoffers zijn:

  • jongeren die niet over vaardigheden beschikken waarmee met behulp van informatietechnologie eigen netwerken worden opgebouwd. Vaardigheden op dit terrein zijn voor jongeren voorwaarden om goed te kunnen functioneren. Wie de aansluiting mist, raakt gemakkelijk de weg kwijt en vlucht in overmatig gebruik van genotmiddelen, in verslavingsgedrag, criminaliteit en vereenzaming.
  • werkenden die in hun arbeidssituatie worden geconfronteerd met veranderende en vaak diffuser wordende structuren en niet over vaardigheden beschikken om deelnemen in informele netwerken die in veel gevallen belangrijker zijn dan de formele kaders in de besturing van organisaties. Hier schuilt één van de oorzaken van werkstress en burn-out. Ook de mogelijkheden om in te spelen op de eisen van het privé-leven vormen voor de één een bevrijding, voor de ander een overbelasting van het leven.
  • immigranten die als geen ander voor de taak staan om te integreren in netwerken die hen onbekend zijn. Tweede- en derdegeneratie allochtonen slagen hierin vaak beter dan degenen die op oudere leeftijd in ons land komen wonen. Waar de aansluiting ontbreekt, is vaak sprake van achterstand, eerst in het onderwijs en later op de arbeidsmarkt. Het behoud van de eigen cultuur mag tot meer zekerheid in het bestaan leiden, als de aansluiting op de vele netwerken in onze samenleving ontbreekt is maatschappelijke uitsluiting vrijwel onvermijdelijk

Winnaars
Naast slachtoffers zijn er ook winnaars. Dat zijn degenen die de informatiemaatschappij zien als middel om hun behoeften te bevredigen. Behoeften die in de voorbije tijd vooral op materieel gebied lagen maar met het stijgen van de welvaart steeds immateriëler worden. Daarmee wordt aangesloten bij het streven van de mens naar zelfverwerkelijking zoals door Maslow is beschreven. Abraham Maslow attempted to synthesize a large body of research related to human motivation. Prior to Maslow, researchers generally focused separately on such factors as biology, achievement, or power to explain what energizes, directs, and sustains human behavior. Maslow posited a hierarchy of human needs based on two groupings: deficiency needs and growth needs. Within the deficiency needs, each lower need must be met before moving to the next higher level. Once each of these needs has been satisfied, if at some future time a deficiency is detected, the individual will act to remove the deficiency. The first four levels are:
1) Physiological: hunger, thirst, bodily comforts, etc.;
2) Safety/security: out of danger;
3) Belonginess and Love: affiliate with others, be accepted; and
4) Esteem: to achieve, be competent, gain approval and recognition.

top

According to Maslow, an individual is ready to act upon the growth needs if and only if the deficiency needs are met. Maslow's initial conceptualisation included only one growth need--self-actualisation. Self-actualised people are characterized by:
· being problem-focused;
· incorporating an ongoing freshness of appreciation of life;
· a concern about personal growth; and
· the ability to have peak experiences.

Maslow later differentiated the growth need of self-actualisation, specifically naming two lower-level growth needs prior to general level of self-actualisation (Maslow & Lowery, 1998) and one beyond that level (Maslow, 1971). They are:
5) Cognitive: to know, to understand, and explore;
6) Aesthetic: symmetry, order, and beauty;
7) Self-actualisation: to find self-fulfilment and realize one's potential; and
8) Self-transcendence: to connect to something beyond the ego or to help others find self-fulfilment and realize their potential.

Maslow's basic position is that as one becomes more self-actualised and self-transcendent, one becomes more wise (develops wisdom) and automatically knows what to do in a wide variety of situations. Daniels (2001) suggests that Maslow's ultimate conclusion that the highest levels of self-actualization are transcendent in their nature may be one of his most important contributions to the study of human behavior and motivation.

top

2.2. Veranderend bedrijfsleven

Relatie met afnemers
Nog steeds en ten onrechte gaat het economisch denken veelal terug naar de wereld van Alfred Marshall, die aan het einde van de 19e eeuw economische wetmatigheden formuleerde voor een wereld waarin ondernemers zich voornamelijk bezighouden met bulkproductie. Marshall schreef wetten van de verminderde meeropbrengst op zijn naam, alsmede de daarmee verbonden evenwichtsvoorwaarden onder condities van volkomen concurrentie. Het zijn de economische wetmatigheden die het meest bekend zijn. Als de productie toeneemt, neemt de prijs per product af. Veilingen voor commodities als groenten, olie en koffie laten dat mechanisme dagelijks zien.

In de huidige tijd zou hij voor zeer veel andere producten tegenovergestelde verbanden beschrijven. Anders dan met land, fysieke arbeid en kapitaal (de belangrijkste productiemiddelen in zijn tijd), zijn informatie en kennis moeilijk deelbaar, niet inherent schaars, vertonen bij gebruik geen afnemende meeropbrengst. Zij regenereren zichzelf en kunnen worden verkocht en tegelijkertijd behouden. De reden hiervan is dat de producten die de mensen kopen, steeds virtueler worden. Als een fysiek product wordt verkocht, verandert het van eigenaar. Als een idee, een visie, een mening wordt verkocht, beschikken zowel de oude als de nieuwe eigenaar erover. Cleveland zegt het aldus: if it’s a thing, it’s exchanged; if it’s information, it’s shared. De transformatie die we thans meemaken, is het gevolg van het feit that the world’s key resource is now a sharing resource. Voor deze producten geldt de wet van de toenemende meeropbrengst. Immers als een product een zekere bekendheid heeft verworven en het wordt aantrekkelijk geacht, willen ook anderen het product bezitten. Naarmate meer mensen dat willen, neemt de prijs toe. De prijs vertegenwoordigt immers de waarde die de kopers er aan toekennen. Er is met andere woorden sprake van netwerkeffecten, zoals onder andere door Metcalfe en Reed zijn geformuleerd. Er treden ook increasing returns op als aanbieders in staat zijn om verwachtingen te wekken bij afnemers inzake de relatie die zij ook in de toekomst met elkaar kunnen onderhouden. Deze factor wordt wel de discount parameter of the future genoemd.

Deze producten bevinden zich niet op het laagste niveau in de piramide van Maslow. Het zijn, met andere woorden, producten die hun waarde ontlenen aan hun betekenis binnen de nieuwe collectiviteiten die typerend zijn voor de netwerksamenleving. Zij vormen inmiddels de kernen van de snelst groeiende sectoren van de economie, maar in ons maatschappelijk bestel zijn de consequenties hiervan nog niet getrokken (zie ook 2.3).

Het internet draagt in hoge mate bij aan de kracht van de marktwerking. Vooral commodities ondervinden hiervan de gevolgen. Met name door de gemakkelijke toegankelijkheid van informatie over prijzen en kwaliteiten neemt de concurrentie toe en nemen de marges naderhand af. In een markt met veel concurrentie zijn winsten doorgaans laag en is het voor bedrijven vaak onaantrekkelijk om er een positie op te bouwen. Het voor de hand liggende beleid impliceert het zoeken naar markten van producten die in meerdere mate intangible’ zijn, waar afnemers voornamelijk ervaringen en belevenissen kopen. In winstgevende markten zijn ondernemingen in toenemende mate experience stagers. Zij koppelen hun goederen en diensten aan belevenissen die de afnemers zelf ervaren. Een bezoek aan een pretpark is niet alleen van betekenis op het moment van het uitgaan, maar ook vanwege de gedeelde herinnering aan het gezamenlijk verblijf. Het zijn de aanbieders van belevenissen geweest die in de laatste decennia hun prijzen gemiddeld het sterkst hebben verhoogd en in die tijd ook de minste prijsschommelingen hebben gekend.

top

top

Deze ontwikkeling kan ook op een andere wijze in beeld worden gebracht. De figuur laat dit zien.

Deze figuren laten effecten zien van de toenemende betekenis van de netwerksamenleving voor het bedrijfsleven. Afnemers zijn beter dan ooit in de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en gezamenlijk gebeurtenissen mee te maken. Navenant neemt de markt toe van producten die hierop inspelen.

top

Deze ontwikkeling doet zich niet alleen voor in de markt van consumentenproducten. Ook in de zakelijke markt zijn emoties en belevenissen belangrijk. De gebeurtenissen rond Arthur Andersen laten zien dat een product als accountantscontrole niet een commodity is maar een experience. De ondergang van Arthur Andersen zal een mijlpaal blijken te zijn in de ontwikkeling van de marketing discipline in het bedrijfsleven. Het verhaal is bekend: Arthur Andersen, de accountant van het in opspraak geraakte energiebedrijf Enron, bekende op 14 mei 2002 dat er opdracht was gegeven om de firms document retention policy uit te voeren. Dat betekende dat verouderde, of niet langer meer benodigde, documenten moesten worden vernietigd. Op 15 juni 2002 kwam de jury van de rechtbank in Houston tot het oordeel dat het accountantskantoor daardoor schuldig was aan obstructie van justitieel onderzoek. In maart 2002 hadden al een reeks grote Amerikaanse bedrijven te kennen gegeven dat zij Arthur Anderson niet langer als auditor wensten. Drie maanden later hield Arthur Anderson op te bestaan en moesten de 80.000 werknemers van dit internationale accountantskantoor een andere werkgever zoeken. In Nederland werd Arthur Anderson opgenomen in de Deloitte –organisatie.
Vastgesteld kan worden dat het verdwijnen van Arthur Anderson niet het gevolg is geweest van een beslissing van een financiële autoriteit, maar van een ontwikkeling die zich in cyberspace heeft afgespeeld. Dit impliceert dat mensen informatie uitwisselen over gebeurtenissen die met integriteit te maken hebben en daaraan een moreel oordeel toevoegen. In een aantal gevallen, zoals bij Arthur Anderson, wordt een dergelijk oordeel door anderen overgenomen, vaak wordt het oordeel genegeerd. In dit proces van voortplanting van ideeën worden bepaalde connotaties steeds weer herhaald en via processen die veel gelijkenis vertonen met Darwinistische wetmatigheden ten aanzien van celdeling, kunnen deze dominant worden. De dominante beelden bepalen vervolgens de inhoud van de boodschap, in het onderhavige geval het oordeel over de wijze waarop Arthur Anderson met het begrip integriteit is omgegaan. Audit is blijkbaar geen commodity. Een accountant is een experience player.

top

Cyberwar
Onder de term Cyberwar of Infowar worden drie verschijnselen begrepen:

  • Hacken: het kraken van informatiesystemen wereldwijd, met soms grote schadeposten voor het bedrijfsleven. Hackers kennen verschillende motivaties: de pure uitdaging, een bevlogen ideologie of het bewust toebrengen van schade.
  • Netactivisme: actievoeren met gebruikmaking van internet, hetzij als organisatiehulpmiddel, hetzij als laagdrempelige methode voor informatieoverdracht. Netactivisme is vaak gericht tegen het bedrijfsleven, maar niet exclusief.
  • Cyberwar (in enge zin): het inzetten van het hackersinstrumentarium door (para-) militaire organisaties of terroristische groeperingen. De oorlog in Kosovo wordt wel gezien als de eerste Cyberwar, zoals de Vietnamoorlog de eerste televisieoorlog was en de Golfoorlog de eerste hightech-oorlog. Hoewel met name de VS hiermee naam heeft gemaakt, is Cyberwar ook een wapen voor 'armere' landen en organisaties.

Maatschappelijke organisaties hebben in hoog tempo het internet geadopteerd als krachtig instrument voor het vormen van netwerken. Wil je iets bereiken, dan heb je medestanders nodig, en elektronische netwerken zijn uitermate geschikt om die te vinden. Voor sommige actiegroepen is het internet één van de instrumenten. Behalve aan groepen activisten biedt het internet ook de mogelijkheid aan individuen om heel gemakkelijk en zonder hoge kosten hun bevindingen omtrent maatschappelijke vraagstukken of hun ervaringen met een bedrijf wereldkundig te maken. Een zogenaamde suck-site, een website waar een bepaalde onderneming flink onder vuur wordt genomen, is met, vrij verkrijgbare, software gemakkelijk op te zetten. Een dergelijke lasterpagina wordt meestal op het internet gezet door een enkele teleurgestelde consument en kan, als er genoeg medestanders worden gevonden, binnen korte tijd uitgroeien tot een druk bezochte website met een schat aan informatie over het (verwerpelijke) gedrag van een onderneming. Het is dan slechts een kwestie van tijd dat actiegroepen en vervolgens ook de traditionele media er aandacht aan gaan besteden. Bij voldoende media aandacht kan een suck-site behoorlijke schade aan het imago van een onderneming aanrichten.
Het internet biedt ook de mogelijkheid om coalities te sluiten. Zo kunnen westerse belangengroepen daadkrachtig optreden tegen bedrijven die zich misdragen in ontwikkelingslanden wanneer ze over informatie beschikken dat door ter plekke zijnde organisaties verstrekt wordt. Een campagne tegen de erbarmelijke omstandigheden van werknemers in een fabriek in India bijvoorbeeld, heeft een grotere impact wanneer Indiase belangenorganisaties rapporten en bewijzen aanleveren. Toen actiegroepen nog afhankelijk waren van telefoon, fax en briefpost was het moeizaam informatie uit te wisselen of samenwerkingsverbanden aan te gaan. Die tijd is nu voorbij. Thanks to the Net, mobilizations are able to unfold with sparse bureaucracy and minimal hierarchy; forced consensus and labored manifestoes are fading into the background, replaced instead by a culture of constant, loosely structured and sometimes compulsive information swapping.

top

De massale protestacties tijdens de WTO top in november 1999 zijn een mooi voorbeeld van dankzij internet tot stand gekomen coalities. Honderden belangen- en actiegroepen uit de hele wereld ontmoeten elkaar eerst op internet om daarna gezamenlijk te participeren in wat de geschiedenis in zal gaan als ‘The Battle of Seattle’. Nu vinden veel non-governmental organizations (ngo’s), die zich inmiddels andersglobalisten zijn gaan noemen, elkaar in het World Social Forum dat in 2005 voor de vijfde maal bijeen komt. Het WSF startte in 2000 als tegenhanger van World Economic Forum (WEF) in Davos, maar is met meer dan 100.000 deelnemers een eigen politieke macht geworden. Tekenend was in 2000 het bezoek van de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva van de Braziliaanse Arbeiderspartij (PT), aan zowel het World Economic Forum als het World Social Forum. Lula bracht de WSF-boodschap naar het WEF en niet omgekeerd. Later werd besloten dat het WSF niet meer gelijktijdig met het WEF behoeft plaats te vinden. De dialoog met de machtigste ondernemers van de wereld wordt niet meer gezocht.
Niet iedere cyberwar heeft succes. In 2002 werd een omvangrijke campagne tegen Exxon op touw gezet, ingegeven door de weigering van het olieconcern om zich in te laten met de bestrijding van het broeikaseffect. De oproep tot een kopersstaking had geen effect. Benzine is blijkbaar een commodity en levert geen experience, zo mag de conclusie zijn.

top

Winnaars en verliezers
In het bedrijfsleven tekent zich een groep ondernemingen af die inspeelt op de veranderingen in de leefwereld van mensen. Er is ook een groep die dat niet of minder doet en daartoe wellicht ook niet over de mogelijkheden beschikt. Tot de eerste groep behoren de aanbieders van de goederen en diensten die goed aansluiten bij de belevingswereld van de afnemers. In sommige gevallen is het niet het product, maar de persoon van de ondernemer, of van de familie die het bedrijf runt, die tot de verbeelding spreekt. Tot de tweede groep behoren de aanbieders van commodities die worden geacht te voldoen aan hetgeen de afnemer als ‘maatschappelijk verantwoord’ beschouwt. Wie geen emotie verkoopt, moet zich conformeren aan de visie van de burger die via maatschappelijke activisten, daartoe door het internet in de gelegenheid gesteld, duidelijk is gearticuleerd.


2.3. Veranderende steden

Beleving in de stad
Er is sprake van een explosief groeiende vermaakindustrie die zich met name in de grote stad concentreert. Qua aantal banen overstijgt de sector belangrijke werkgelegenheidssectoren zoals het bank- en verzekeringswezen of de voedings- en genotmiddelenindustrie. Binnen een stad als Rotterdam steekt de vrijetijdseconomie inmiddels de haven naar de kroon waar het gaat om stedelijke werkgelegenheid. Er is sprake van een permanente speurtocht naar nieuwe ‘ervaringsproducten’, die vervolgens worden aangeboden in steeds aantrekkelijker ruimtelijke en programmatische combinaties, met een sterkere profilering, een kortere omloopsnelheid en, indien succesvol, een snellere en omvangrijkere distributie. Spectacularisering en thematisering is de heersende trend in de vrijetijdsindustrie: multiplexen met ruim twintig bioscoopzalen, skiheuvels met echte sneeuw, kolossale winkelcentra zoals de factory outlets in Lelystad en sportertainment- complexen aan de stadsrand zoals Amsterdam ArenA. Het aantal bezoekers aan dagattracties de laatste jaren sterk is gestegen. De sterkste stijging deed zich met name voor bij de evenementen en attracties die nieuw en/of tijdelijke van aard zijn (Uitmartkt, Museumn8, Megafestatie, Libelle Zomerweken etc.). Het aantal van deze categorie belevenissen is tussen 1986 en 1997 toegenomen met maar liefst 800%, terwijl het aantal bezoekers van deze belevenissen in deze periode zelfs met 900% bleek te zijn gegroeid.
Deze ontwikkelingen hebben een grote impact op de inrichting, vormgeving en het karakter van de G4. Daarbij kan worden gedacht aan de toenemende ruimteclaims, bijvoorbeeld door de opkomst van genoemde vrijetijdscomplexen en urban leisure centers. Maar ook het karakter van de G4 verandert. Symbolische uitgangspunten zullen functionele uitgangspunten steeds meer verdringen en de economie en cultuur van de vrije tijd wordt ook steeds bepalender voor ontwikkelingen op andere terreinen.

top

Cultuur
De hiervoor geschetste behoefte aan ervaringen van de moderne consument heeft ook invloed op gebieden buiten de vrijetijdsindustrie in de strikte zin van het woord. Zo heeft de toegenomen concurrentie om de aandacht van de consument die een “gegarandeerde beleveningsopbrengst” in zijn vrije tijd eist, ertoe geleidt dat ook de kunst- en cultuursector steeds meer evalueert naar een leverancier van belevenissen. Zeker gezien het feit dat deze instellingen meer en meer zelf hun broek moeten ophouden, raken zij steeds gevoeliger voor de wereld van themaparken, evenementen en culturele marketing. Soms door zelf de belevingswaarde van hun aanbod te vergroten. Zo bieden musea tegenwoordig middeleeuwse maaltijden, workshops, cursussen, lessen, picknicks, wandeltochten en wat al niet meer zij. Soms ook integreren zij in bredere vrijetijdsmilieus, waar zij dan zorgen voor een aanvullende en onderscheidende belevingswaarde. Private en publieke cultuur overlappen elkaar steeds meer. Meer in zijn algemeenheid wordt de culturele infrastrucuur van de G4 steeds meer ingebed in de bredere context van de grote stad als leverancier van belevenissen.

Globalisering en sociale bewegingen
Informatisering en globalisering gaan hand in hand. De natiestaat staat daarmee op het internationale toneel, maar raakt tegelijkertijd zijn (nationale) basis kwijt. Hierdoor komt de natiestaat als institutie in gevaar, evenals de politieke democratie die daarop is gebaseerd. Deze interactie tussen de door technologie voortgedreven globalisering, de tussen internationalisering en lokalisering vastgeklemde natiestaten en de krachtige lokale identiteitsvorming, vormt volgens Castells een katalysator van nieuwe sociale bewegingen die uiteindelijk een nieuwe politiek tot stand brengen. Maar de vraag is hoe deze strijd wordt gestreden. Nieuwe macht ligt volgens Castells 'in the codes of information and in the images of representation around which societies organise their institutions, and people build their lives, and decide their behaviour. The sites of this power are people's minds.'

Dit is geen aantrekkelijk vooruitzicht voor de maatschappelijke elite. Als zelforganisatie belangrijker wordt, neemt hun macht navenant af. Charles Lindblom omschrijft in dit verband het verschijnsel ‘mutual adjustment’ dat hierbij opgeld doet, als volgt: in a generally understood environment of moral rules, norms, conventions, and mores, very large numbers of people can watch each other, then modify their own behavior just enough to accommodate the differing purposes of others but not so much that the mutual adjusters lost sight of where they themselves want to go.’

De stad
Dit proces is in de stad duidelijk zichtbaar . Steve Austin zegt het aldus: Als steden ergens door worden gekenmerkt dan is het door de autonome kracht zich te ontdoen van verschijnselen die het leven in goede banen willen leiden of ordening willen aanbrengen, die niet alleen het verkeer maar ook het dagelijks leven meer beheersbaar willen maken. In die zin wordt Berlijn langzaam maar zeker stad, is Amsterdam dat nog steeds, hoewel in mindere mate dan Parijs of Moskou. De val van de Muur heeft Berlijn de kans geboden van twee provincieplaatsen n stad te maken. De voortekenen bedriegen niet: meer vuil op straat, meer criminaliteit, meer files en meer ongecontroleerde commerciële activiteiten. Kortom: we zijn op de goede weg. Nu de bewoners nog. Zouden de steden niet bij uitstek de plaatsen moeten zijn waar de pluriforme samenleving in praktijk wordt gebracht? Is er nog sprake van een stad wanneer deze etnisch of ideologisch is gezuiverd? Steden zullen misschien wel de enige oorden blijken te zijn waar samenleven mogelijk is, ondanks haat. Een nooit eindigend experiment in coxistentie: voortdurende irritatie, genot, weerzin en liefde oproepend bij haar bezoekers en inwoners, een ultieme remedie tegen de verveling.

top

Er is natuurlijk meer: het individu. Eén die zijn eigen keuzes maakt. Die daarin niet wordt benvloed door de appreciatie van anderen. Een deelnemer aan het proces van beschaving, aan de civil society zoals wij die zo graag tot stand zien komen. Wanneer op staatsniveau de druk al te zeer wordt opgevoerd, zal het individu vroeg of laat in opstand komen. Het is te danken aan de burgers van Boedapest en Praag dat nu overal in Europa over burgerlijke vrijheden kan worden gesproken. De vrijheid gedachten te uiten, samen te scholen, het met veel zaken niet eens te zijn en protest aan te tekenen.

In de kunst is deze vrijheid in optima forma aanwezig, artistieke vrijheid hoort bij de stad. De smeltkroes van appreciaties zonder welke het discours niet denkbaar is. Het is overigens de vraag of de kunst in een omgeving zonder discours kan overleven. Het geheel krijgt al gauw iets gekunstelds, iets fossiels ook. Het is in dit soort gevallen veel minder de kunst en veel meer het prestige of de traditie die moet worden gediend. In dat licht gezien zou een beschouwing over het steedse karakter van Salzburg of Avignon interessante perspectieven kunnen bieden. Is het niet vreemd dat het meest prestigieuze filmfestival in Europa zich in Cannes afspeelt? De ideale stad wordt gekenmerkt door het vermogen alle denkbare vormen van menselijke activiteit toe te laten zonder dat n van die vormen door haar aanwezigheid andere vormen onmogelijk maakt. Dat vereist een voortdurend engagement van al haar burgers die als het ware dagelijks met elkaar in informeel overleg treden om de toestand van evenwicht te bespreken en te becommentariëren. Daarvoor zijn naast koffiehuizen oorden van reflectie en creatie noodzakelijk. De grotere en de kleinere musea, de theaters en concertzalen, de kleinere en grotere gezelschappen, de ateliers en de kunstenaars, de galeries en de straatartiesten, zij bevinden zich alle in een voortdurend proces van ontwikkeling en afsterving. Zonder dood geen leven. Zonder nieuwe ontwikkelingen verdwijnt het leven uit de stad.
Rem Koolhaas geeft zijn visie over de stad vanuit zijn professie: stedenbouw is niet alleen 'onmogelijk' geworden, hij is helemaal niet meer nodig, sterker nog, hij is helemaal niet wenselijk, hij compliceert. Stedenbouw houdt op te bestaan. Door stad, stedenbouw en architectuur gedeeltelijk als natuur te beschouwen, kunnen wij onze onschuld claimen. Het enige dat we moeten doen om weer van de wereld te genieten, is de amnestie voor het één overhevelen naar de ander. De stad als landschap ondergaan; zij is ontstaan, niet gemaakt. De stad is een proces, geen ontwerp. Ze is niet stabiel, maar een gebeuren. De stamboom van landschap voert ongetwijfeld terug naar het paradijs, die van architectuur naar zondeval.
Ook Richard Florida vroeg zich af: How do you build a truly creative community---one that can survive and prosper in this emerging age? The key can no longer be found in the usual strategies. Recruiting more companies won't do it; neither will trying to become the next Silicon Valley. While it certainly remains important to have a solid business climate, having an effective people climate is even more essential. By this I mean a general strategy aimed at attracting and retaining people---especially, but not limited to, creative people. This entails remaining open to diversity and actively working to cultivate it, and investing in the lifestyle amenities that people really want and use often, as opposed to using financial incentives to attract companies, build professional sports stadiums, or develop retail complexes.

top

The Creativity Index
The key to economic growth lies not just in the ability to attract the creative class, but to translate that underlying advantage into creative economic outcomes in the form of new ideas, new high-tech businesses and regional growth. To better gauge these capabilities, I developed a new measure called the Creativity Index (column 1). The Creativity Index is a mix of four equally weighted factors: the creative class share of the workforce (column 2 shows the percentage; column 3 ranks cities accordingly); high-tech industry, using the Milken Institute's widely accepted Tech Pole Index, which I refer to as the High-Tech Index (column 4); innovation, measured as patents per capita (column 5); and diversity, measured by the Gay Index, a reasonable proxy for an area's openness to different kinds of people and ideas (column 6). This composite indicator is a better measure of a region's underlying creative capabilities than the simple measure of the creative class, because it reflects the joint effects of its concentration and of innovative economic outcomes. The Creativity Index is thus the baseline indicator of a region's overall standing in the creative economy and a barometer of a region's longer run economic potential. The following tables present the creativity index ranking for the top 10 and bottom 10 metropolitan areas, grouped into three size categories (large, medium-sized and small cities/regions).
Large Cities Creativity Rankings

top

Rankings of US metro areas reporting populations over 1 million in the 2000 Census

Top Ten Cities

City

Creativity
Index

%Creative
Workers
Creative
Rank
High-Tech
Rank
Innovation
Rank
Diversity
Rank
1. San Francisco
1057
34,8
5
1
2
1
2. Austin
1028
36,4
4
11
3
16
3. San Diego
1015
32,1
15
12
7
3
4. Boston
1015
38,0
3
2
6
22
5. Seattle
1008
32,7
9
3
12
8
6. Chapel Hill
996
38,2
2
14
4
28
7. Houston
980
32,5
10
16
46
10
8. Washington 964 38,4 1 5 30 12
9. New York
962
32,3
12
13
24
14
10. Dallas
960
30,2
23
6
17
9
10. Minneapolis
960
33,9
7
21
5
29

Winnaars en verliezers
De toekomst van de stad ligt niet of nauwelijks in handen van de overheid. De overheid is op terugtocht, alle pogingen tot versterking van de kwaliteit van de overheidsdienstverlening ten spijt. De toekomst is aan de burger die zelf inhoud geeft aan zijn stad. Richard Florida wees daarbij op de rol van de creatieve elite, die in hoge mate invloed heeft op de economische groei en daarmee op de creatie van werkgelegenheid. Zij nemen het voortouw in de vernieuwing van de stad die haar bewoners in staat moet stellen om commodities en experiences in te kopen. Ook veel traditionele overheidsdiensten komen op de markt. Zo is er sprake van een sterk groeiende veiligheidsmarkt. Er zijn in Nederland 50.000 politieambtenaren en 45.000 beveiligingsmedewerkers van commerciële bedrijven. Ook prive-onderwijs, prive-gezondheidszorg en prive-cultuur nemen in omvang toe. De winnaars zijn de bedrijven die deze markt weten aan te boren en de kopers van deze diensten die daarmee beter worden bediend. De verliezers zijn degenen die geen toegang hebben tot deze diensten omdat hun inkomen ontoereikend is of omdat zij in het aangeboden productenpakket hun eigen behoefte niet herkennen. Zij lopen risico’s die henzelf ernstig kunnen schaden en daarmee indirect ook de samenleving waarvan zij deel uitmaken.

2.4. Veranderende wereldeconomie

De ontwikkelingen op wereldschaal zijn samengebracht in de State of the Future, een uitvloeisel van het Millennium Project, een researchprogramma van de American Council for the United Nations University. Deze organisatie, in 1997 opgericht, wordt gefinancierd door een aantal bedrijven en door de Amerikaanse overheid. De State of the Future Index (SOFI) geeft aan in welke mate de toestand waarin de mensheid verkeert in de laatste decennia is veranderd en welke veranderingen in de komende tien jaar mogen worden verwacht. Daarbij wordt uitgegaan van twintig indicatoren van de kwaliteit van het leven.

top

VARIABLES INCLUDED IN THE SOFI


Variable Historical Values Best Value Worst Value
  1982 2002 2013 2013
Infant Mortality Rate (deaths per 1,000 live births) 86,7 52,4 36,0 50,0
Food availability Calories/capita Developing Countries 2382 2740 3000 2775
GDP per capita PPP (constant 1995 $US) 4335 5675 6525 5700
Percentage of Households with access to safe water (15 Most Populated Countries) 60,7 80,9 90,0 80,4
CO2 atmospheric, ppm 377,9 367,5 370,0 400,0
Annual population additions (millions) 80,6 73,9 60,0 72,0
Percent unemployed (world) 5,6 7,0 6,0 9,0
Literacy rate, adult total (% of people aged 15 and above) 64,9 78,0 85,0 80,0
Annual AIDS deaths (millions) 0,00 3,10 2,0 5,0
Life Expectancy (World) 56,8 63,8 70,0 64,0
Number of Armed Conflicts (at least 1000 deaths/year) 31 25 15,0 30,0
Debt/GNP; Developing Countries (%) 24,7 42,9 35,0 50,0
Forest Lands (Million Hectares) 4087 3897 4000,0 3700,0
Number of People Living on Less than $2 per day 2295 2884 2400,0 3139,5
Terrorist Attacks- deaths and injuries 739 3361 1000,0 4000,0
Violent Crime, 17 Countries (per 100,000 population) 1151 1077 900,0 1175,5
Percentage of World Population Living in Countries that are Not Free 41,7 35,0 25,0 35,0
School Enrolment, secondary (% school age) 48 69 80,0 70,0
Percentage of population with access to local health care (15 most populated countries) 70,5 97,6 99,0 95,0
Number of countries thought to have or attempting to qcquire nuclear weapons 14 17 12,0 20,0

Verschillende factoren worden gewogen door een mondiale groep van deskundigen. Zij geven de kansen aan met betrekking tot de mate waarin bepaalde ontwikkelingen zich kunnen voordoen. Eén daarvan is de ontwikkeling ten aanzien van terroristische aanslagen.

top


Worden alle twintig variabelen gewogen en samengevoegd dan ontslaat de State of the Future die jaarlijks wordt gepubliceerd. In de figuur is de Stee of the Future Index 2004 opgenomen.



top

De index roept de vraag op of een acceptabele leefsituatie op aarde in het verschiet ligt. Het antwoord is overtuigend negatief. Veelvuldig is aangetoond dat de productiemiddelen waarover de aarde beschikt, niet zodanig zijn verdeeld dat bijvoorbeeld honger is uitgebannen. De productiecapaciteit van de aardbodem is toereikend maar er zijn grote politieke belemmeringen om de agrarische productie gewetensvol te distribueren.

In 2004 vond in Denemarken een interessante bijeenkomst plaats waar een panel van internationale experts, waaronder enkele Nobelprijswinnaars, zich boog over de belangrijkste onderwerpen van de mondiale agenda waarop de kansen op effectieve verbetering van de situatie het grootst zijn. Zij stelden als antwoord op de vraag welke activiteiten moeten er worden ondernomen als er $ 50 miljard beschikbaar zou zijn voor verbetering van het welzijn op aarde, de volgende prioriteitenlijst op:


top

Rating Challenge Opportunity
Very Good    
1 Diseases Control of HIV/AIDS
2 Malnutrition Providing micro nutrients
3 Subsidies and Trade Trade liberalisation
     
Good    
4 Diseases Control of malaria
5 Malnutrition Development of new agricultural technologies
6 Sanitation & Water Small-scale water technology for livelihoods
7 Sanitation & Water Community-managed water supply and sanitation
8 Sanitation & Water Research on water productivity in food production
9 Government Lowering the cost of starting a new business
     
Fair    
10 Migration Lowering barriers to migration for skilled workers
11 Malnutrition Improving infant and child nutrition
12 Malnutrition Reducing the prevalence of low birth weight
     
Bad    
13 Diseases Scaled-up basic health services
14 Migration Guest worker programmes for the unskilled
15 Climate Optimal carbon tax
16 Climate The Kyoto Protocol
17 Climate Value -at-risk carbon tax

Tegenover dit denken staan de aanhangers van de zogenoemde Washington Consensus. De Washington Consensus bestaat in strikte zin uit een tiental regels die samen de basis vormen voor een goed economisch beleid in (vooral) zich ontwikkelende economieën. De regels hebben een neoliberale inslag. Zo behoren fiscale discipline, privatisering en het opheffen van handelsbarrières tot het pakket van maatregelen dat de Consensus voorstelt. De gedachte achter de Washington Consensus is, dat een vrije markteconomie uiteindelijk de ontwikkeling van landen, ook op andere terreinen dan de economie, ten goede komt.

Met de opkomst van het anti-globalisme, einde jaren tachtig, krijgt de weerstand tegen de Washington Consensus die in de zich ontwikkelende landen al langer hoorbaar was, een wereldwijde stem. In verschillende kringen worden de ontwikkelingsregels uit de consensus ter discussie gesteld. De weerstand geldt niet zozeer de regels zelf, maar de onbuigzame wijze waarop ze van toepassing werden geacht op zeer verschillende situaties. Dat de regels in verschillende landen, waaronder Brazilië, tot zeer ongunstige (bij)effecten hebben geleid, heeft de positie van de Washington Consensus uiteraard niet sterker gemaakt. Een opvallende criticaster is Joseph Stiglitz, die in 2001 de Nobelprijs voor economie kreeg. Het zwaartepunt van zijn kritiek ligt bij het IMF dat sinds het begin van de jaren tachtig propageert het met ideologisch vuur dat markten superieur zijn en 'per definitie' perfect werken. Daarbij wegen commerciële belangen zwaarder dan de zorgen voor milieu, democratie, mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. Het IMF opereert als een verlengstuk van de economische en financiële belangen van de VS. Stiglitz merkt daarbij op dat een eerlijke verdeling van de vruchten over alle landen alleen mogelijk is als alle landen inspraak krijgen in het beleid waarvan ze de gevolgen ondervinden.

top

Winnaars en verliezers
Ook nu mag de vraag worden gesteld wie de winnaar en wie de verliezer is. De derde wereld bevolking die deels geen aandeel heeft in de mondiale welvaartstoename mag als verliezer worden aangemerkt. Ook de aanhangers van de Washington Consensus kunnen zichzelf niet als winnaar bestempelen. Daarvoor is de mondiale kritiek te omvangrijk. Met de ervaringen van de Irak-oorlog moet voor erger worden gevreesd. Nieuwe technologie komt ook in handen van terroristen. Niet langer domineert de dreiging die van natiestaten uitgaat, met landen als Noord-Korea als uitzondering, maar de dreiging van groepen die geen geformaliseerde macht vertegenwoordigen. De macht van deze groepen is zo groot omdat de middelen waarover zij kunnen beschikken hen in staat stellen om grootschalige terreur uit te oefenen. Zo is de dreiging met bijvoorbeeld antrax nauwelijks te voorkomen. Daarenboven is het aannemelijk dat genetische technologie voor commerciële toepassingen ook gebruikt kan worden om planten, dieren en mensen te doden. De angst is vooral ingegeven door de wetenschap dat de hiervoor benodigde grondstoffen gemakkelijk zijn te verkrijgen. Een laboratorium kan worden ingericht met instrumenten die niet meer dan $ 10.000 kosten. Duizenden studenten over de gehele wereld hebben met de betreffende instrumenten en materialen gewerkt. Ook is er angst dat als bepaalde virussen voor terreuraanslagen worden gebruikt, deze niet meer uit het milieu verdwijnen.
Voorts is er toenemende aandacht voor recombinant DNA designer weapons die selectief kunnen worden gebruikt. Zo kunnen er wapens worden ontwikkeld die alleen bepaalde etnische groepen treffen of die bepaalde menselijke functies als stemming en gedrag beïnvloeden. Het is dan ook niet verrassend dat de angst voor biologische wapens groot is.

Dat er sprake is van een zorgwekkende situatie blijkt ook uit de analyses van het Millenniumproject. In de laatste uitgave van de State of the Future wordt opgemerkt: There are a few developments that can make things considerably worse. Primary among these is development: “Weapons of mass destruction used by terrorists to kill over 100,000 people” The panel’s judgments led to the following assumptions about this item:

  • Probability by 2013: 51.33%
  • Impact on the variable: “Terrorist Attacks, number of people killed or wounded:” 15.2%
  • Time for the impact to be realized: 7 years

Imagine a worst-case scenario. In a scenario created by the Millennium Project last year in the Science and Technology Management study, a single individual, a self-proclaimed “Agent of God”, developed a lethal variant of the Congo virus and in an insane act killed 25 million people over a three-month period. We named this type of terrorism SIMAD: single individual massively destructive. Suppose that development 15.2 were changed to describe this act, but with “only” 100,000 casualties as the item indeed calls for. Then its parameters might be:

  • Probability by 2013: 51.33%
  • Impact on the variable: “Terrorist Attacks, number of people killed or wounded:” 1,250% (the baseline for number of killed and wounded casualties in 2013 is about 8,000)
  • Time for the impact to be realized: 0.25 years

top
In that case the TIA forecast of terrorism casualties would be:


And the SOFI would be:


Wie zijn in dat geval de winnaars?

top
3. Turning point 2001


De veranderingen in de samenleving die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven, zijn voor een deel veroorzaakt door de technologische revolutie die thans plaatsvindt. Hierdoor is de stijging van de welvaart mogelijk geweest die heeft plaatsgevonden, maar die overigens aan grote delen van de wereldbevolking voorbij is gegaan. Behalve economische ontwikkelingen heeft de technologie ook de communicatie tussen mensen gestimuleerd waarbij een begrip als ‘ cyberspace’ zijn intrede deed. Verschillende institutionele verbanden zijn toe aan een herijking.

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de technologische ontwikkelingen zelf. Er wordt gezocht naar wetmatigheden die al enkele decennia zichtbaar zijn en op de markten die het sterkst onder invloed van de technologie komen. Ten slotte wordt stilgestaan bij het maatschappelijk debat over nieuwe technologie dat noodzakelijk is om de relatie tussen economie en technologie zodanig vorm te geven dat de samenleving de vruchten van de technologische revolutie plukt.

top
3.1 Installation-period


Wetmatigheden
De trendmatige ontwikkeling in de chipcapaciteit is een fenomeen op zichzelf. De chip die in 1971 de big bang van de huidige technologische revolutie veroorzaakte, was in 1975 voor Gordon E. Moore, oprichter van Intel, aanleiding om te voorspellen dat de capaciteit van de chip tegen gelijkblijvende kosten exponentieel zou toenemen. In de Wet van Moore, die sindsdien onverminderd van kracht is geweest, wordt gesteld dat de capaciteit van de chip iedere 18 maanden verdubbelt tegen gelijkblijvende kosten. Ook nu nog liggen de volgende generaties chips die voldoen aan deze eis op de tekentafel.
Voorzien is dat rond 2007 de grens van de huidige op silicium gebaseerde technologie is bereikt, maar neurochips staan al voor de deur. Zelfs de komst van DNA-computers is aangekondigd, evenals de quantumcomputers waarmee rond 2020 de situatie wordt bereikt die met het begrip singulariteit wordt aangeduid. Tegen dat jaar is de verwachting dat chips namelijk krachtig zijn als de menselijke hersenen. Op 14 juli jl. liet Intel Corporation weten dat de zogenoemde billion-transistor chip niet in 2007 op de markt zal komen, zoals was voorzien, maar reeds in 2005 beschikbaar zal zijn. De gigabit chip, met meer dan een miljard transistoren, is reeds op laboratoriumniveau uitgetest.

top

top

De betekenis van deze nauwelijks te stuiten ontwikkelingen is nauwelijks te bevatten. Kurzweil geeft dit als volgt aan: The intelligence of machines - nonbiological entities - will exceed human intelligence early in this century. By intelligence, I include all the diverse and subtle ways in which humans are intelligent – including musical and artistic aptitude, creativity, physically moving through the world, and even responding to emotion. By 2019, a $1,000 computer will match the processing power of the human brain - about 20 million billion calculations per second. This level of processing power is a necessary but not sufficient condition for achieving human-level intelligence in a machine. Organizing these resources - the ‘software’ of intelligence -will take us to 2029, by which time your average personal computer will be equivalent to a thousand human brains. Once a computer achieves a level of intelligence comparable to human intelligence, it will necessarily soar past it. Tegen deze achtergrond worden beelden gegenereerd waarin computers en robots hun eigen wereld creëren. De mens-machine equivalentie leidt tot nieuwe vormen van zelforganisatie. Er ontstaan structuren die zelf zoeken naar mogelijkheden om te overleven en te communiceren. Deze systemen zullen zich ook menselijke kennis eigen maken. De wereld die dan ontstaat, is de wereld van de science fiction. Maar deze wereld komt wel dichtbij. Ian Pearson, onderzoeker bij British Telecom, werkt aan het OB1-project dat beoogt een systeem te bouwen dat 50 maal het aantal neuronen omvat als de menselijke hersenen. Deze neuronen zijn veel sneller en maken veel meer verbindingen dan de hersencel. Daarmee wordt het doel bereikt: de bouw van OB1 synthetic consciousness. Het project moet in 2015 gereed zijn. De technologie die wordt gebruikt is reeds bekend en het eerste prototype zal zonder veel kosten worden gemaakt. Het is deze applicatie die hem overigens bezorgd maakt voor de toepassing van de welhaast onbegrensde mogelijkheden ervan. Voor de technofielen is er ook het vooruitzicht dat de robotica een hoge vlucht neemt. Hoewel de eerste voetbalwedstrijd van robots tegen de winnaars van de Champions League pas in 2050 wordt verwacht, deden in juni/juli 2004 niet minder dan 1600 deelnemers uit 37 landen mee aan wedstrijden tussen voetballende robots die zichzelf aanstuurden. RoboCup2004, the 8th Global Football Championships for Robots, had niet eerder zoveel deelnemers getrokken.

De ontwikkelingen in de bio- en nanotechnologie zijn al even imponerend. Richard Oliver, een technofiel pur sang, formuleerde een drietal wetten, waarbij zijn aandacht vooral naar de economische aspecten uitgaat:

De eerste wet van de bioeconomie: In 2025 verdubbelt elke dag de hoeveelheid biotechnologische kennis.
In de jaren zeventig verdubbelde de biotechnologische kennis in het bedrijfsleven in een periode van acht jaar. In 1997 was deze periode al minder dan 4 jaar. De komende jaren zal deze periode tot één jaar worden gereduceerd en in 2025 zal elke dag de hoeveelheid kennis verdubbelen. Deze wet sluit aan bij de ontwikkeling van de DNA-chip. Tussen 1988 en 1995 verdubbelde elke vijftien maanden het aantal geanalyseerde basen per uur.

De tweede wet van de bioeconomie: Toepassingsdomein van biomaterialen is omgekeerd evenredig met de subatomaine schaal ervan.
Het toepassingsgebied van biomaterialen dijt voortdurend uit. Waar van verschillende innovaties in het verleden de toepassing zich nog niet of nauwelijks aandiende, wordt er nu van uitgegaan dat biotechnologie van invloed is op een gebied dat een derde van de Amerikaanse economie omvat.

De derde wet van de bioeconomie: Groeivoet neemt exponentieel toe.
De agrarische tijd duurde van 7000 voor Christus tot ongeveer 1750. De industriële tijd duurde 200 jaar, het informatietijdperk 50-60 jaar. Het komende biotijdperk zal niet meer dan 15-30 jaar zijn. De groei van het Bruto Nationaal Product per hoofd van de bevolking nam in de agrarische tijd toe tot $ 120 per jaar (1990 dollars). In de industriële tijd volgde een toename tot $ 1622 per jaar, in het informatietijdperk tot $ 6539. Analoog wordt ook nu weer een sterke toename verwacht voor de mensen die van deze economie deel uitmaken.

top
De levenscyclus van de technologische revolutie

Op basis van onderzoek naar technologische ontwikkelingen die zich sedert het begin van de Industriële revolutie hebben voorgedaan, beschrijft Carlota Perez de levenscyclus van de ‘normale’ technologische revolutie. Zij onderscheidt daarin de volgende perioden en fasen van ontwikkeling. Zoals we reeds zagen begint de revolutie met de big bang die de zogenoemde irruption fase inluidt. Deze fase biedt voor bedrijven mogelijkheden om nieuwe technologie kostencompetitief te adopteren. Als dat succes heeft, treedt de frenzy fase aan. In die fase ontstaan er onrealistisch hoge verwachtingen. Er is sprake van technologische euforie en financiële speculatie waardoor er op de aandelenmarkten een bubble optreedt. Ondanks alle turbulentie wint het nieuwe techno-economisch paradigma de strijd met het oude. Er treedt polarisatie op tussen nieuwe en volwassen industrieën, moderne en verouderde bedrijven, nieuwe en oude regio’s, mensen met oude en met nieuwe vaardigheden. Op internationaal gebied is er sprake van polarisatie tussen landen die veel gebruik maken van nieuwe technologie en zij die daarin achterblijven. Deze ontwikkeling heeft ook zijn neerslag op de inkomensverdeling. De rijken worden rijker, de armen armer. Deze ongelijkmatige verdeling leidt tot veel protest. Als de bubble vervolgens uiteenspat, kan er een recessie of zelfs een depressie volgen waarbinnen de financiële markt tot rust komt. Deze fase wordt het turning point genoemd. In deze periode worden institutionele herstructureringen doorgevoerd. Hierna begint de deployment periode waarin de maatschappij zich aan het nieuwe techno-economisch paradigma aanpast en het potentieel van de technologische revolutie tot wasdom komt. De eerste fase van deze nieuwe periode wordt de synergy fase genoemd, waarin de technologische mogelijkheden en het institutionele raamwerk zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. De deployment periode eindigt met de maturity fase waarin de kracht van de nieuwe technologie afneemt en de wereld in afwachting is van de volgende big bang.

top


Volgens Perez bevinden wij ons nu op of net voorbij het turning point van de huidige technologische revolutie. Zij concludeert dat de beslissingen die nu worden genomen, bepalen hoe lang en hoe diep de recessie zal zijn en of we te maken krijgen met een ware golden age. Ook volgens de Amerikaanse trendwatcher Peter Schwartz, directievoorzitter van het prestigieuze Global Business Network zijn er redenen om te geloven in the return of the long boom. In zijn recente boek baseert hij deze visie op de voortgaande productiviteitsstijging, de groeiende migratiestromen en de toenemende efficiency van de elektronische infrastructuur. Wat dit laatste betreft is de doorbraak van breedband en de opkomst van triple players (aanbieders van telefoon, televisie en internet), ondanks de slechte financiële staat van de belangrijkste bedrijven op dit terrein, opmerkelijk.

top
3.2 Deployment-period


De economische groei die in de schoot van de technologische revolutie verborgen ligt, moet worden gerealiseerd in de voor afnemers belangrijke sectoren. Is dit daadwerkelijk het geval dan doet zich de deployment van technologische kennis voor zoals die door Perez is beschreven. In het onderstaande zijn enkele sectoren belicht, waarbij op opmerkelijke ontwikkelingen wordt gewezen.


Voeding en agro-sector
In de voedingssector verwacht Kurzweil dat rond 2049 de productie van nano-voeding een feit zal zijn. Deze voeding, die dezelfde smaak en samenstelling heeft als organisch voedsel, is dan goedkoop en volop aanwezig. Al eerder krijgen we te maken met zogenoemd functional food waarmee consumenten voeding tot zich nemen die beter aansluit bij de medische eisen die zij aan voeding stellen. Ook wordt gewerkt aan food delivery systems om smaakstoffen op het juiste moment (tijdens het eten) te laten vrijkomen en aan lab-on-a-chip-technologie om de voedselveiligheid in het productieproces te bewaken.
Veel wordt verwacht van genetisch gemodificeerd (GM) voedsel. De strijd om de wettelijke acceptatie wordt weliswaar nog volop geleverd, maar het heeft er alle schijn van, dat het hier om een achterhoede gevecht gaat. De consument heeft in de huidige tijd kritiek, mede omdat hem de voordelen niet duidelijk zijn. Zijn kritiek richt zich onder meer op de toename van de macht van sommige producenten, zoals bij het verzet tegen gemodificeerde sojabonen van Monsato bleek. Als GM-producten duidelijke voordelen krijgen boven niet-GM-producten en er zich geen calamiteiten bij de productie voordoen, zal het verzet gaandeweg zwakker worden. Nu reeds is in de Verenigde Staten 70% van de katoen en soja en 35% van alle granen Genetisch gemodificeerd. In Israël, Turkije en de VS wordt geëxperimenteerd met katoen die in kleur groeit, waarmee natuurlijk gekleurde kleding op de markt zal komen. In de agro-industrie wordt de tweede groene revolutie verwacht. Daarbij zullen de prijzen van landbouwproducten eerder dalen dan stijgen.

top

Energie
Op energiegebied gaat de aandacht veelvuldig uit naar de waterstoftechnologie. Uit vele scenario’s mag worden opgemaakt dat fossiele brandstoffen weliswaar vooralsnog niet uitgeput raken, maar dat de winning ervan steeds problematischer en in ieder geval duurder wordt. De olievoorraden op gemakkelijk te exploiteren olievelden zijn langzamerhand verdwenen waardoor de olie-industrie steeds meer is aangewezen op oliebronnen die moeilijker worden ontdekt en doorgaans op grotere diepte zitten.
De belangstelling voor waterstof wordt ook gevoed door de discussie over de invloed van CO2-uitstoot op het klimaat. Waterstof, indien geproduceerd met duurzame energie, is in dit verband een uiterst aantrekkelijk alternatief, zij het dat onlangs de mogelijkheid werd geopperd dat vrijkomende waterstof schade kan aanbrengen aan de stratosfeer die vergelijkbaar is van de schade van drijfgassen voor de ozonlaag. . Sedert de laatste decennia wordt op verschillende plaatsen aan de ontwikkeling van met name brandstofcellen gewerkt. Eén van de meest vooruitstrevende landen op dit gebied is IJsland dat in februari 1999 een plan publiceerde om binnen 20 jaar de eerste waterstofeconomie van de wereld te worden. Ook de Amerikaanse staat Hawaï onderneemt pogingen om meer waterstof te produceren dan zij voor eigen gebruik nodig heeft en wil zodoende een waterstofexporterende regio worden. Binnen de auto-industrie heeft General Motors de pioniersrol op zich genomen en geeft als mening our long-term vision is of a hydrogen economy. Inmiddels experimenteren acht autofabrikanten met waterstofauto’s. Kansrijk is ook de toepassing van waterstofcellen in woningen. Stationaire systemen hebben grote voordelen, met name in deze fase van de ontwikkeling.
Maar voor dat het zover is moeten nog vele problemen worden opgelost. Eén van de problemen betreft het toepassen van duurzame energie die nodig is om waterstof te produceren. De meest aantrekkelijke energiebron is de zon waarbij de ontwikkeling van foto-voltaïsche cellen centraal staat. Deze cellen zijn nog steeds niet concurrerend hoewel de kosten ervan sinds 1970 met 95% zijn gedaald. De flexibele zonnepanelen, die op de markt zijn gekomen betekenen weer een stap voorwaarts. Ook deze panelen kunnen met nano-gestructureerde materialen worden behandeld, waardoor ze een veel grotere capaciteit krijgen. Verschillende scenario’s laten zien dat de kostendaling voortgaat waardoor zonne-energie rond 2010 kan concurreren met elektriciteit die met behulp van traditionele methoden is opgewekt.
Lovins geeft aan dat de concurrentiekracht van zonne-energie niet uitsluitend in de kosten van kilowatt-uur moet worden uitgedrukt, maar ook in het geringe financiële risico, geringe distributiekosten en de snelle beschikbaarheid van de energie. De toepassing van foto-voltaïsche cellen groeit jaarlijks met 26-42%, bij ieder verdubbeling van de productie neemt de kostprijs met 20% af. Windenergie, die nu nog 3 dollarcent per kilowatt-uur kost, groeit met 30% en voegde de laatste jaren 5 gigawatt per jaar toe aan de mondiale energieproductie. Ter vergelijking: in de jaren ’90 van de vorige eeuw is door kerncentrales slechts 3 gigawatt per jaar gerealiseerd.
Terwijl fossiele energie steeds duurder wordt omdat de exploratie steeds lastiger wordt, nemen de kosten van duurzame energie voortdurend af. Vandaar dat in lange termijn scenario’s de opkomst van duurzame energie leidt tot goedkope en overal beschikbare energiebronnen. Er wordt zelfs gedacht aan vliegende auto’s die op brandstofcellen en met quantum-computerbesturing een einde zullen maken aan de congestie in drukbevolkte gebieden. Belangrijker is het ontwikkelen van kleinschalige energienetwerken waardoor met name in ontwikkelingslanden de levensstandaard sterk wordt bevorderd. Nog steeds heeft een derde van de wereldbevolking geen toegang tot elektriciteit of enig andere vorm van commerciële energie. Toegang tot energie wordt immers gezien als één van de belangrijkste middelen om de armoede in de wereld te bestrijden.

top

Gezondheidszorg
In de gezondheidszorg worden belangrijke toepassingen van stamceltechnologie voorzien, onder andere ter vervanging van hartspiercellen die niet meer functioneren. Ook wordt naarstig gezocht naar mogelijkheden om nieuwe zenuwcellen voor Parkinson- en Alzheimerpatiënten en voor mensen met een dwarslaesie te ontwikkelen, alsmede nieuwe huid aan te maken voor brandwondenpatiënten. Het vooruitzicht dat menselijke weefsels en zelfs organen kunnen worden vervangen door deze vanuit stamcellen uit het lichaam zelf te laten groeien, spreekt sterk tot de verbeelding. Het vinden van deze omnipotente stamcel wordt wel het zoeken naar de holy grail van de biologie genoemd. Sommigen verwachten dat hiervan een fundamentele verandering op de chirurgie uitgaat.
Ontwikkelingen die eveneens veelbelovend zijn, betreffen het vervangen van zintuigen zoals de lichtgevoelige weefsels in het oog en de trilhaartjes in het oor door microelectronic mechanical systems (MEMS). Hierdoor vindt integratie plaats tussen zenuwcellen in het menselijk lichaam en geavanceerde micro-elektronica. Ook hier zijn toepassingen voor dwarslaesiepatiënten in ontwikkeling. Voorts kunnen met behulp van een geïmplanteerde chip medicijnen naar behoefte worden toegediend (zgn. smart pills).
Met het voltooien van het Humane Genoom Project is een mijlpaal bereikt die wel wordt vergeleken met de landing van de eerste mens op de maan. Mensen blijken niet meer dan 30.000 genen te hebben die in genetisch opzicht voor 99,9 % aan elkaar gelijk zijn. Daarmee ligt de weg open voor een veelheid van toepassingen om ziekten beter te identificeren en te behandelen. Een jaar na het gereed komen van het Humane Genoom Project nam het aantal onderzoeken naar genen die op ziekten en de werking van medicijnen van invloed zijn, reeds toe van 500 naar 10.000. De komende tijd zullen er steeds meer geavanceerde testen beschikbaar komen, zogenaamde DNA-chips, die behulpzaam zijn bij het voorspellen van de reactie van patiënten op medicijnen en behandelingen. Hierdoor zullen steeds meer medische verrichtingen ‘op maat’ kunnen plaatsvinden.
Op al deze terreinen is veel vraag en er zijn belangrijke maatschappelijke krachten die zich hiervoor hard maken. De nieuwe mogelijkheden die zich voor de gezondheidszorg aandienen, spreken tot de verbeelding en vormen dan ook een belangrijke motor achter de ontwikkeling van de biotechnologie.


Cultuur, entertainment en genotmiddelen
Deze sector zal sterk groeien. Zoals we reeds opmerkten, bevinden zich veel van deze producten op een hoog niveau in de piramide van Maslow, waarbij de rol van de robots en van geautomatiseerde systemen in het beste geval slechts ondersteunend is. Hier gaat de economische wet van de toenemende meeropbrengst het meest nadrukkelijk op (zie hoofdstuk 4.2). Toch denkt Mulhall dat de Hollywood-artiesten en de video game makers niet meer de best betaalde mensen zullen zijn. De relatie tussen artiesten en computers zal een haat-liefde relatie worden. Hun creaties zullen zo snel door de markt worden opgenomen dat zij hun inkomsten in de eerste dagen na uitkomen moeten verwerven, zoals nu reeds bij films het geval is.
De markt van genotmiddelen is eveneens kansrijk. Ondanks veel maatschappelijk verzet wordt de komst van designer drugs verwacht voor recreatief gebruik. Begonnen met LSD in de jaren zestig van de vorige eeuw, gevolgd door vele andere, vaak synthetische drugs zoals xtc, zullen er nanodrugs op de markt komen. Als deze op eenvoudige wijze synthetisch kunnen worden geproduceerd zal de afhankelijkheid van landen die de teelt van cocaïne, heroïne en opium verzorgen, verdwijnen.

top

Omgaan met innovaties
In de komende jaren zullen op belangrijke terreinen van de economie de in gang gezette innovaties leiden tot sterke prijsdalingen voor commodities. Dat geldt met name voor landbouwgewassen, industriële producten en op enige termijn ook voor energie. Alleen in die gevallen waar de goederen en diensten worden getransformeerd in producten die tot het domein van de experiences van de afnemers mogen worden gerekend worden veel hogere prijzen berekend en zijn de marges navenant. Deze ontwikkelingen zorgen op veel terreinen voor een ware metamorfose, die sterk doet denken aan de gevolgen van eerdere technologische revoluties. Ook toen daalden na enige jaren de prijzen in de verschillende sectoren sterk.

top
3.3 Institutional recomposition


Doorbraakcondities
Volgens futuroloog en strategisch adviseur Peter Schwartz voldoet het huidige tijdvak aan diverse voorwaarden die belangrijke doorbraken in wetenschap en technologie mogelijk maken. Schwartz vergelijkt ons tijdvak met het begin van de 17e eeuw, de tijd van Copernicus, Kepler en Galilei, en met het begin van de 20e eeuw, de tijd van Edison, Marconi, Einstein, Planck en Bohr. De omstandigheden van toen zijn in allerlei opzichten vergelijkbaar met de huidige situatie:

  • Nieuwe inzichten zetten vraagtekens bij bestaande wetenschappelijke inzichten. Galilei stelde de vorm van de aarde ter discussie, Einstein en Bohr de wetten van Newton. In 2000 ontdekte een groep astrologen dat het heelal steeds groter wordt en zelfs met toenemende snelheid expandeert. Deze vinding gaat in tegen de wet van de zwaartekracht en houdt sindsdien chemici, natuurkundigen en biologen in zijn greep. Het heeft ertoe geleid dat aan sommige neutronen massa wordt toegedicht, wat ingaat tegen de geldende theorie over atomen.
  • Nieuwe instrumenten doen waarnemingen die voorheen onmogelijk waren. Kepler en Galilei gebruikten de telescoop voor hun ontdekkingen, de deeltjesversneller maakte in de tweede helft van de vorige eeuw de ‘nieuwe natuurkunde’ mogelijk. Nu zijn het de ruimtetelescopen die onder andere gammastralen meten. Er zijn camera’s die chemische processen met een snelheid van 10-15 seconde vastleggen. Hierdoor wordt het mogelijk om chemische reacties op atoomniveau te beïnvloeden.
  • Er zijn nieuwe mogelijkheden om snel en effectief met andere wetenschappers te communiceren. In de 17e eeuw was dat het boek, en in het begin van de vorige eeuw waren dat de telefoon, de telegraaf en nieuwe druktechnieken. Nu is het internet het communicatiekanaal bij uitstek.
  • Nieuwe politieke en economische omstandigheden stimuleren wetenschap en technologie. In de 17e eeuw financierde de Italiaanse adel de wetenschap. In de vorige eeuw waren investeerders en overheden de belangrijkste financiers. Nu is de VS de grote stimulator. Alleen al de federale regering geeft $75 miljard per jaar uit aan R&D. Defensie en gezondheid voeren de boventoon. Dit voorbeeld wordt nagevolgd in andere landen, zoals in China.

top

Cynici, technofielen en technofoben
De vooruitzichten die inde vorige paragraaf zijn opgenomen, kennen niet of nauwelijks grenzen. Maar ondanks de vele kansrijke toepassingen die in het verschiet liggen, is er aarzeling in de politieke en economische waardering er van. Er is sprake van cynisme rond technologische ontwikkelingen, aangewakkerd door het aflopen van de financiële hype en de onduidelijke afloop van het maatschappelijke debat over de acceptatie van de verschillende toepassingen die zich aandienen.

Zeker is dat op de effectenbeurs de bubble tot het verleden behoort. Die euforie is voorbij. Het begrip nieuwe economie is sterk gekoppeld aan de hype op de effectenbeurs in de periode 1999-2001 die velen heeft aangespoord om te delen in de vermeerde toekomstige vermogenswinsten van het aandelenbezit. De koersdaling die daarop volgde, heeft velen tot de overtuiging gebracht dat er niets nieuws onder de zon is. Toekomstbeelden van technologische applicaties, die eens tot de verbeelding spraken, worden ineens als onrealistisch afgedaan. Columbus, Galileo, Darwin en Freud overkwamen in hun dagen hetzelfde. Er zijn immers veel niet uitgekomen verwachtingen van hooggespannen maar slechts vermeende doorbraakinnovaties. Van echte nieuwe vindingen blijkt veelal later pas de enorme betekenis. Soms weten de uitvinders zelf niet waarmee ze bezig zijn. Een voorbeeld is Alexander Graham Bell die na de uitvinding van de telefoon als belangrijkste gebruik er van voorzag: voortaan kunnen we mensen bellen om hen te zeggen dat er een telegram is aangekomen.
Susan Greenfield merkt op dat er in het technologiedebat veel cynici zijn die de huidige technologische ontwikkelingen in zijn betekenis voor bedrijf en maatschappij negeren of ontkennen. Daarnaast onderscheidt zij ‘technofielen’, dat zijn mensen die niet nalaten brede vergezichten en baanbrekende metamorfoses in het dagelijks leven te voorspellen. Een exponent daarvan is Ray Kurzweil die – zoals eerder is opgemerkt - voor 2019 voorspelt dat de computer in kracht het menselijk brein achter zich laat. In 2029 zullen weinigen meer werken in de industrie, de agrarische sector en het transport; de meeste mensen op aarde hebben voldoende om in hun primaire levensbehoeften te voorzien. Ian Pearson kijkt op zijn manier vooruit en acht de collectieve, autonome kracht van de computerchip zodanig groot dat het menselijk leven rond 2085 tot stilstand komt . Daarmee ontpopt hij zich als ‘technofoob’, die zich kenmerkt door doemdenken over technologische ontwikkelingen. Het zijn niet de minste onder de wetenschappers die zich tot deze groep rekenen. In 2003 was het meest gelezen boek in de wereld van de futurologie de studie van Martin Rees, die onder de titel ‘Our final century’ is gepubliceerd . Zijn conclusie is dat de kans dat onze beschaving het einde van de huidige eeuw haalt, niet groter is dan 50%. Kortom, de technologie van de 21e eeuw kan, al dan niet per ongeluk, het leven ernstig bedreigen en er een vroegtijdig einde aan maken.
Het zijn niet de minsten die wijzen op de gevaren van revolutionaire technische ontwikkelingen. Bill Joy, mede-oprichter en hoofd van de wetenschappelijke tak van Sun Microsystems, schreef in 2001 in Wired het opzienbarende artikel ‘Why the Future doesn’t need us’. Daarin voorspelt hij dat onze generatie wel eens de laatste zou kunnen zijn. Als er niets verandert, zal zij met de nieuw verworven kennis massavernietiging teweegbrengen. Joy spreekt in dit verband van ‘knowledge enabled mass destruction’. De twintigste eeuw bracht vergaande ontwikkelingen op nucleair, biologisch en chemisch gebied, die gemeen hadden dat er zeldzame grondstoffen en omvangrijke installaties nodig waren om een productieproces in gang te zetten. De 21e eeuw is de eeuw van de genetica, de nanotechnologie en de robotica. Deze disciplines gebruiken gemakkelijk verkrijgbare grondstoffen, en de productie is nauwelijks plaatsgebonden, wat een risico inhoudt. Ook technologieën die producten maken die zichzelf vermenigvuldigen - en daardoor tot onbeheersbare processen leiden - vormen een bedreiging. Joy wijst er verder op dat er aanzienlijk gevaar schuilt in het gedrag van grote ondernemingen die over ‘risicovolle’ kennis beschikken, en die zich in het krachtenveld van sterke financiële prikkels en concurrentie staande moeten houden.
top

Anderen, zoals de Amerikaanse econoom en maatschappijcriticus Jeremy Rifkin, wijzen op de ontheiliging van het leven als levende organismen tot informatiesystemen verworden. Volgens sommigen is er echter niets aan de hand. Zij wijzen op de hartchirurg Barnard die in 1991 de eerste harttransplantatie uitvoerde. Barnard merkte eens op: “aan een menselijk hart zie ik niets mysterieus, het is een primitieve bloedpomp”. Toch vragen mensen zich af of zij wel in staat mogen zijn om invloed uit te oefenen op de kwaliteit van het menselijk ras, in al zijn aspecten. Het zelf instellen van ‘de achtste dag van de schepping’ is voor velen een brug te ver, ondanks de voorgehouden weldaden van deze technologie. De mensheid is een tijdperk ingegaan waarin hij plaatsneemt ‘op de troon van God’. De strijd tussen de genetische ‘have’ en have-nots’, ook wel aangeduid als ‘the DNA-divide’ is nog lang niet gestreden. Want ook vanuit het bedrijfsleven zijn er bezwaren tegen de opkomende bio- en nanotechnologie. Zo wordt er onder meer gewaarschuwd tegen de mogelijke schadelijke werking van nanodeeltjes op het menselijk lichaam. Bijvoorbeeld door Swiss Re Insurance Company die in 2003 de publicatie over de gevaren van nanotechnologie het licht deed zien. In deze uitgave wordt veel nadruk gelegd op de mogelijkheid dat de nanodeeltjes een zelfde uitwerking op het menselijk lichaam hebben als asbest. Ook wordt de vergelijking doorgetrokken met de kritiek op het gebruik van asbest die van 1898 dateert, in de jaren daarna door verschillende onderzoeken is bevestigd en pas in 1998 in de Europese Unie is verboden. De Canadese Milieuorganisatie ECT-Group wijst, in navolging van Mark Wiesner van het Centre for Biological and Environmental Nanotechnology (CBEN), Rice University, op de koolstofnanotubes die vanwege hun langwerpige en starre structuur gelijkenis met asbest vertonen . Directeur Colvin van het CBEN stelde in dit verband vast dat in 2003 700 miljoen dollar werd uitgegeven aan nanotechnologie, maar dat slechts 500.000 dollar daarvan werd besteed aan onderzoek naar de milieueffecten ervan. Zij pleit voor een moratorium op de commerciële productie van nanomaterialen en voor een wereldwijde evaluatie van de sociaal-economische, medische en milieueffecten van nanotechnologie. De aversie tegen nanotechnologische toepassingen wordt versterkt door het ontwikkelen van scenario’s die de gevaren van nanotechnologie laten zien. Zo is het Foresight Institute van nanopionier Eric Drexler de bron van het Grey Goo-scenario, waarin zelfreplicerende nanorobots in het milieu ontsnappen en alle materie omzetten in grijze massa . Dit beeld roept associaties op met het scenario van de nucleaire winter, dat o.a. door Carl Edward Sagan is ontwikkeld . Sagan onderzocht klimatologische gevolgen van een mogelijke kernoorlog en kwam tot de conclusie dat explosies op steden een immense hoeveelheid verbrande deeltjes de stratosfeer instuwen waardoor binnen de eerste maand de temperatuur op aarde met 20 graden daalt en het ecosysteem wordt aangetast. De meeste doden na een kernoorlog zullen mensen zijn die van honger sterven. Dit beeld heeft veel invloed gehad op het maatschappelijk debat over het gebruik van kernenergie. Het Grey Goo-scenario gooit hoge ogen om de nanotechnologie-discussie op dezelfde wijze te beïnvloeden.
Ook de burger is wantrouwend. Een studie van de Universiteit van East Anglia (Verenigd Koninkrijk) laat zien dat het publiek - als het gaat om informatie over onder andere genetisch gemodificeerd voedsel en radioactief afval - meer vertrouwen heeft in doktoren, milieugroepen en consumentenorganisaties dan in de overheid. Slechts 5% van de ondervraagden is van mening dat de overheid op deze terreinen goed werk verricht. Slechts 20% gelooft dat de overheid luistert naar wat er onder het publiek leeft.

Op hun beurt hebben veel ondernemers het moeilijk met de implementatie van nieuwe technologie. Christensen beschrijft in zijn boek ‘The Innovator Dilemma’ dat goed georganiseerde bedrijven in geval van doorbraaktechnologieën systematisch onjuist handelen. Dit is een interessante constatering omdat deze bedrijven niet irrationeel worden geleid of geen kennis zouden hebben van marktontwikkelingen. Het probleem schuilt volgens Christensen in het feit dat zij gewend hun beslissingen zorgvuldig en liefst op basis van onderzoek kwantitatief te onderbouwen en derhalve alleen opbrengsten kunnen schatten die worden gegenereerd door bestaande klanten op basis van marginale technologische verbeteringen. Nieuwe technologieën in nog niet ontwikkelde markten laten zich niet of nauwelijks in bestaande bedrijfsmodellen uitdrukken. Een andere waarneming betreft het Red Queen effect: bedrijven innoveren omdat hun concurrenten het ook doen. Met deze verwijzing naar de uitspraak in het verhaal van Alice en de rode koningin in Lewis Carroll’s Alice in Wonderland: ‘hardlopen en toch niet vooruitkomen’ wordt gedoeld op het steeds sneller veranderen en reorganiseren totdat de markt als geheel het tempo niet meer kan bijhouden en er alleen maar verliezers zijn. Het alternatief om niet uitsluitend de bereikte positie te willen handhaven, maar om ook iets geheel nieuws te doen, komt niet aan de orde. Het gevolg hiervan is dat goede managers nogal eens tot de technofoben moeten worden gerekend. Anders gezegd: het innovatieproces wordt – maatschappelijk gezien - beheerst door de verkeerde besluitvormers.
Technofielen en technofoben hebben evenwel gemeen dat zij zich actief met de toekomst van de samenleving bezig houden door de technologische ontwikkelingen die zich aandienen serieus te nemen en unflinchingly open our minds to all possibilities. Zij hebben elkaar veel te vertellen.

top

Maatschappelijk debat
Het maatschappelijk debat over de wenselijkheid van en het omgaan met technologie moet niet alleen gaan tussen technofielen en technofoben. Natuurlijk zullen zij onderling strijd voeren, waarbij Rathenau waarschuwt voor het patroon van vrienden en vijanden en daarmee voor een strijd die doorgaans onvruchtbaar is. Gepleit wordt dan ook voor een publiek debat tussen overheid, wetenschap, bedrijfsleven en overige maatschappelijke actoren.
Het maatschappelijk debat over nieuwe technologie is ingrijpender dan bijvoorbeeld het debat over kernenergie of de plaatsing van kruisraketten in de jaren tachtig van de vorige eeuw. In beide gevallen konden veel mensen worden gemobiliseerd om hun mening kenbaar te maken, in beide gevallen heeft de publieke opinie grote invloed op de besluitvorming gehad. In de huidige tijd gaat het om producten en diensten die een zeer breed terrein van ons leven bestrijken, waarvan er vele zeer gewenst zijn. Ook nu wordt gezocht naar een licence to develop, de maatschappelijke legitimatie van onderzoek die verder moet reiken dan economische motieven en wetenschappelijke vrijheid en nieuwsgierigheid. Maatschappelijke wensen en zorgen dienen bij de publieke verantwoording (van nanotechnologische ontwikkelingen) centraal te staan. Tegelijkertijd is het onderzoek op veel terreinen zover gevorderd dat de technologische mogelijkheden die zich de komende 10 jaar zullen manifesteren, nu reeds met een grote mate van zekerheid kunnen worden voorspeld, omdat veel R&D-activiteiten reeds zijn verricht. Het gaat nu dan ook vooral om de producten en diensten die er mee worden voortgebracht en om de wijze waarop ermee wordt omgegaan. Onduidelijk is welke de maatschappelijke condities zullen zijn die de ruimte voor de technologische ontwikkelingen bepalen. Uit de complexiteitsleer is bekend dat teveel stabiliteit in een systeem ongewenst is. Leven op de grens van het uiterste, zonder chaotisch te zijn, biedt de grootste kans om in een turbulente omgeving te overleven. Wie geen verrassingen wil toelaten, verliest het vermogen om zich aan te passen. Meyer en Davis waarschuwen dan ook tegen het invoeren van systemen die impliciet uitgaan van stabiele structuren en marginale veranderingen: in time, the killer apps of adaptiveness will emerge and become as familiar as other management techniques.
Ook Perez roept op tot het realiseren van structurele hervormingen. Zij pleit voor veranderingen in de financiële regelgeving die de ‘casino-economie’ aan banden legt en voor het openen van nieuwe markten om het potentieel van de nieuwe technologie te benutten. Voorts pleit zij voor maatregelen om de toenemende politieke en sociale spanningen tussen arme en rijke landen te verminderen.

top

Timing
De timing in het concept van Perez is interessant. In haar model is The Age of Information and Telecommunication in 1971 begonnen met de introductie van de Intel microprocessor, de big bang in deze ontwikkeling. De dolle fase in de tijd waarin deze technologie zijn weg in de maatschappij moest vinden, begon in 1987 toen de Dow Jones structureel sterker groeide dan het reële BNP van de VS. Deze fase eindige in 2001 met de crash op de internationale effectenbeurzen. In voorgaande technologische revoluties duurde de synergie-fase doorgaans 10 – 15 jaar, evenals de fase van maturity. Tegen deze achtergrond kan het jaar 2019 worden geplaatst, het jaar waarin Kurzweil van het aanbreken van singulariteit spreekt. Dit zou inhouden dat in de periode tot 2019 het hoogtepunt in de ontwikkeling van de vijfde technologische revolutie wordt gesitueerd en dat in de periode na 2019 een nieuwe big bang voor en nieuwe technologische revolutie moet zorgdragen.

In het volgende hoofdstuk wordt nagegaan onder welke condities de technologiediscussie en de invoering van nieuwe technologie zal plaatsvinden. Daarbij zal de indeling van hoofdstuk 2 worden gevolgd. Eerst wordt stilgestaan bij de wijze waarop het leefklimaat invloed uitoefent, vervolgens wordt de rol van het bedrijfsleven belicht, om in de derde paragraf de invloed van natie en stad aan te geven. Tenslotte wordt op mondiale ontwikkelingen ingegaan, die in deze tijd misschien nog wel de meeste invloed uitoefenen.

top

4. Koers 2020


4.1 Contouren van de nieuwe leefwereld


Memes en biomimetics
Mulhall zoekt naar de wijze waarop ideeën zich in de samenleving manifesteren. Hij stelt vast dat ideeën die vaste voet aan de grond krijgen, zichzelf kunnen vermenigvuldigen en daarmee een eigen leven gaan leiden. Deze ideeën, die soms memes worden genoemd, waren tijdens de bubble duidelijk zichtbaar in de financiële markten met name ten aanzien van de waarde van internet- en andere technologiebedrijven.
Het begrip memes is door de geneticus Richard Dawkins geïntroduceerd. Memes zijn: gene-like properties of certain ideas that reproduce, colonize niches, and adapt to the environment of a society’s collective mind. Daarmee sluit hij aan bij de opvatting van Meyer en Davids dat er veel gelijkenis is tussen de dominante rol die in het verschiet ligt voor biotechnologie, nieuwe materialen en nanotechnologie enerzijds en de aanpassingsprocessen die zich in de maatschappij voltrekken. Ook deze aanpassingsprocessen voltrekken zich dikwijls volgens de wetten van de evolutie. Een illustratie hiervan is de vermindering van de betekenis van de ‘command and control’ hiërarchie die kenmerkend is voor de industriële economie, en de opkomst van adapted systems die in het huidige tijdsbestek de meeste kans op overleven hebben. Jan Amkreutz spreekt in dit verband van een mentale revolutie die de biologische evolutie achter zich laat: the gene has lost its dominance, the meme is taking over. Variation and selection take on the added meaning of intention and purpose, design, and acceptation or rejection. Humanity has arrived at singularity indeed. That singularity marks the end of the Darwinian evolutionary reign and the beginning of mind-full evolutionary expansion.
Ter adstructie wordt door Ian Pearsion opgemerkt dat mensen in de structuur van de informatiemaatschappij agents zijn, zoals atomen dat zijn in de natuur. Daarbij is vaak sprake van zelforganisatie omdat de omstandigheden steeds vaker zodanig zijn dat zij mensen zelf tot bepaalde activiteiten aanzetten. Dit zien wij ook in de natuur waar planten en dieren zich veelvuldig aan de omstandigheden aanpassen. In de organisatieleer is er zelfs een begrip voor dit nieuwe vakgebied: biomimetics. Een voorbeeld hiervan is de set organisatieprincipes die is ontleend aan het leven van mieren. Hun kolonies zijn georganiseerd volgens eenvoudige uitgangspunten. Als een mier voedsel vindt, brengt hij zoveel mogelijk er van naar het nest en laat daarbij een reukspoor achter. Als hij bij het nest is, laat hij het voedsel achter. Een andere mier die dit reukspoor ontdekt, volgt het van het nest af. Ontdekt een mier geen reukspoor, dan volgt hij een willekeurige (random) route. Deze eenvoudige uitgangspunten betekenen dat een mier niet behoeft te weten waar zich het voedsel bevindt. De combinatie van random lopen en het volgen van het reukspoor is een voldoende voorwaarde om het te vinden. De efficiency is niet optimaal, maar de oplossing is robuust. Als een mier uitvalt blijft het systeem intact. Bij Britisch Telecom worden dergelijke systemen onderzocht en toegepast bij het vormgeven van netwerkmanagement. Zo is ook goede ervaring opgedaan met het kopiëren van het gedrag van hair follicles on a fruit fly’s abdomen ten behoeve van de bouw van mobile netwerksystemen.

top

Einde van de suprematie van de collectiviteit
Susan Greenfield stelt dat de mens in het informatietijdperk een groter collectief bewustzijn heeft. Hierdoor is het ideaalbeeld van de onafhankelijke mens met een afgeschermd privé-leven en unieke gedachten, kennis en meningen is niet van deze tijd. George Orwell kon zich zorgen maken over de menselijke geest die door manipulatie van buiten wordt afgebroken en de individualiteit bedreigt. Greenfield stelt daartegenover dat de menselijke geest (the mind) de verpersoonlijking is van zijn ervaringen. Naarmate de mens meer ervaringen opdoet en deze voor hemzelf betekenis geeft, krijgt hij meer status en wordt hij belangrijker. Zij voegt eraan toe dat informatietechnologie een niet eerder vertoonde invloed heeft op onze ervaringen en de mens in staat stelt zijn geest naar eigen inzicht te vormen. In dit verband wordt gewezen op de rol van het collectieve ego. Vastgesteld kan worden dat de terreur van de nazi’s of van Al Qaeda niet de terreur is van mensen die niet weten wat zij doen, maar van mensen met een sterke groepsmentaliteit en een duidelijke set waarden. Het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog wordt in dit verband wel toegeschreven aan het feit dat Duitsers na de Eerste Wereldoorlog niet in staat waren om als privé-personen te leven. Hiervan is handig gebruikgemaakt. Ook de Marxistisch-Lenistische doctrine gaat uit van de suprematie van de collectiviteit. Greenfield stelt vast dat in de 20e eeuw het private ego het heeft gewonnen van het collectieve.

Culturalisering van de economie
De informatie- en communicatietechnologie stimuleert de culturalisering van de economie met de nadruk die zij legt op beelden, betekenissen en kennis en dat zelfs op globale schaal. Cultuur wordt in zekere zin een productiekracht, maar cultuur wordt vooral in gevarieerde, plurale, gefragmenteerde zin ingevuld. Dat nu betekent een breuk met de klassieke modernisering. Moraal lijkt plaats te maken voor esthetica. Beelden, stijlen, consumptiepatronen vormen culturele identiteiten en leveren de normen voor het goede, dat echter gefragmenteerd is. Het goede is veeleer het zelf gekozen schone, het nagestreefde aangename.

Aan dit proces wordt veel bijgedragen door wat wel virtualisering wordt genoemd. Het gaat daarbij om het ontstaan van een nieuwe werkelijkheid die elektronisch is gegenereerd doordat ertussen de denkwereld van mensen, los van fysieke ontmoetingen, directe contacten tot stand kunnen worden gebracht. Op deze wijze wordt een werkelijkheid geconstrueerd die invloed heeft op de informatieverzameling en vervolgens op de besluitvorming van mensen. Het internet creëert talloze virtuele gemeenschappen waarin alles gebeurt wat in de ‘echte’ werkelijkheid ook plaatsvindt, maar zonder de belemmeringen in tijd en ruimte die deze werkelijkheid kent. Er ontstaan plaatsen zonder territorium. Dit kan ingrijpende consequenties hebben, omdat hierdoor een gevoel van geografische eenheid wordt gecreëerd tussen processen die territoriaal verspreid zijn. Het proces van virtualisering is daarmee ook een proces van fragmentatie dat het centrum doet verdwijnen zowel op het niveau van afzonderlijke organisatie, als op het niveau van de samenleving.

top

Vermaatschappelijking van de sport
Een voorbeeld van deze ontwikkeling treffen wij aan in de sport. Traditioneel staat sport in het teken van lichaamsdisciplinering. In de op prestatie en wedstrijd gerichte sport wordt het lichaam getraind en gedisciplineerd en worden emoties gecontroleerd om beter te kunnen presteren. Niet het genieten nu, maar het presteren straks staat op de voorgrond. Met de ontwikkeling die wordt aangeduid met ‘ ontsporting van de sport’ is een tegenbeweging manifest. Niet langer staat het presteren centraal, maar de hedonistische sportbeoefening. Sportverenigingen klagen over een dalend ledenbestand en voor topsport is minder belangstelling. Tegelijkertijd wordt sport als het ware de samenleving ingetrokken. Met wat ‘vermaatschappelijking van de sport’ wordt genoemd, groeit het aanbod van allerlei vormen van sportbeoefening alsmede de groei van de bestedingen in de sportieve sector. Sportprogramma’s behoren tot de best bekeken televisieprogramma’s en de sportheld is een van de belangrijkste culturele ikonen van deze tijd. Interesse in en affiniteit met sport vormen een integraal onderdeel van de lifestyle van jongeren. Sport biedt bij uitstek mogelijkheden om uiting te geven aan de eigen identiteit, om nieuwe ervaringen op te doen en het eigen lichaam te verfraaien en te onderhouden. Sport behoort tot het domein van de vrije tijd waar in toenemende mate onze sociale identiteit wordt bepaald.

top
Netwerken
Al geruime tijd wordt gewezen op de betekenis van netwerken. Er zijn wetmatigheden gedefinieerd die de waarde ervan tot uiting brengen. Veel aandacht hebben de wetten van Metcalfe en Reed gekregen.


De wet van David Sarnoff : de waarde van niet-interactief netwerk is evenredig met het aantal gebruikers.

De Wet van Bob Metcalfe: de waarde van een interactief netwerk neemt toe met het kwadraat van het aantal gebruikers.

De Wet van David Reed: de waarde van een interactief netwerk neemt exponentieel toe met het aantal gebruikers als deze tezamen een gemeenschap vormen. De gedachte hierachter is dat kleine groepen onderdeel uit kunnen maken van een groter geheel. Deze grotere collectiviteit is daardoor zeer krachtig.

 

For many platforms we can identify three stages in the development of the network effects.

Content: In order to attract people to your platform in the first instance, content is king. Content can be either information or transactions. It is current, frequently updated, and relevant to the visitors you wish to attract. Examples abound in the online world where almost every web site has some form of content to attract visitors: CNN.com (news), Yahoo.com (sites), Amazon.com (books) etc. Newspapers, commercial radio and television are examples outside the web. In this stage you are publishing and Sarnoff's Law applies.

Connectivity: The next stage is about connecting people. Companies move from content to connectivity by adding user identification and features like "add comments" functionality, reading circles, or classified ads. An example is the financial section on Yahoo where everybody can add comments about companies. Some businesses skip the content stage and start at this level; examples include mobile networks and dating sites. You are now connecting people, and Metcalfe's Law begins to take effect.

Communities: At this stage, actors are able to author content and to group together and form sub-communities. The classic example on the internet is Usenet: the hierarchy of discussion forums that pre-dates the World Wide Web considerably. (You can browse and search the discussions at groups.google.com and other sites.) Most real-world social networks are at this stage, and follow Reed's Law.

As suggested in the descriptions, many business platforms develop through these three C's in order, gradually increasing the value of their networks.

top
Netwerkvorming wordt door de technologische ontwikkelingen sterk gestimuleerd. Een belangrijk project in dit verband is The Total Information Awareness Program (TIA) van het ministerie van Defensie van de Verenigde Staten. Dit project, dat in 2003 is gestart, is één van de meest ambitieuze en tegelijkertijd controversiële projecten van het Defence Advanced Research Project Agency. De geschiedenis kan zich herhalen omdat ook het internet voortkwam uit de research die is betaald uit Amerikaanse defensiebudgetten in en direct na de Tweede Wereldoorlog. In het onderhavige geval is het project gericht op het bestrijden van het terrorisme door het in kaart brengen van netwerken van mensen van hun ideeën en van de kansen en bedreigingen die ervan uit gaan. Daartoe wordt fundamenteel onderzoek verricht naar onder andere spraakherkenning, gecomputeriseerde vertalingen, biometrische herkenning van mensen, patroonherkenning van menselijk gedrag en algoritmen voor het volgen van menselijk handelen. De metafoor big brother is watching you komt daarmee op indringende wijze op de agenda. Deze ontwikkeling draagt bij aan de vorming van het begrip digital twin. Jan Amkreutz beschrijft de digital twin als iemands‘ extended memory. It stores all information pertaining to me, from my DNA signature to the odometer reading of my car; from a detailed 3D model of my house to the balance in my checking account, and from my childhood pictures to my favorite music today. Verwacht mag worden dat de technologie in staat zal zijn om menselijke gedachten te koppelen aan digitale kennis waarmee de mens nog sterker wordt verbonden aan de digitale wereld. Uiteindelijk zal blijken dat wij deel uitmaken van een nieuwe evolutie. Was de kosmische evolutie nodig om onze fysieke realiteit te scheppen en de biologische evolutie om de mentale werkelijkheid van leven organismes tot stand te brengen. Volgens Jan Amkreutz leidt de ontwikkeling van de digitale wereld tot een nieuwe dimensie in het bestaan waarin alle evoluties samenkomen, de nieuwe Noosphere. Hoe deze ontwikkelingen zich zullen voltrekken is nog onduidelijk. Zeker is dat de technologie mensen in staat zal stellen om steeds hoger op de piramide van Maslow activiteiten te verrichten en het eigen leven inhoud te geven.

top

4.2 Contouren van het nieuwe bedrijfsleven


Immaterialisering
Ook de economische wetenschap staat onder invloed van de biologische evolutietheorie. Als economische veranderingsprocessen met behulp van de evolutietheorie worden beschreven dan wordt afstand genomen van de neoklassieke economie die zich liet inspireren door de klassieke mechanica en die de economie beschreef in termen van evenwichtsvergelijkingen. Alfred Marshall, één van de grondleggers van het mechanistische denken in de economische wetenschap zag, aan het einde van de 19e eeuw, reeds de betekenis van de evolutionaire economie maar kon er in de tijd waarin hij leefde, toen het kapitalisme op zijn hoogtepunt was, er geen inhoud aan geven. Zoals in hoofdstuk 2 is opgemerkt, zijn de belangrijkste productiemiddelen in de huidige tijd niet langer commodities, maar informatie en kennis. Rothschild geeft het verschil tussen materiële en immateriële producten als volgt aan: ‘One for lifeless objects, the other for living things; one for stability, the other for change.’

De immateriële economie mag dan op de tekentafel zijn ontleed, in de praktijk blijkt het voor direct betrokkenen nog steeds verrassend te zijn als zij constateren dat producten met de beste prijs/kwaliteitsverhouding het soms moeten afleggen tegen producten die in de informatiemaatschappij beter scoren. Het verschijnsel ‘memes’ doet zich niet alleen voor in het maatschappelijk debat, maar ook bij de afzet van goederen en diensten die de status van ‘commodities’ achter zich hebben gelaten.

top
Co-creation
Prahalad trekt hieruit consequenties voor de strategische positie van de onderneming. Hij stelt dat het bedrijf voor het eerst sedert de Industriële Revolutie zich uit het centrum van de netwerken waarvan zij deel uitmaakt, moet terugtrekken en met haar stakeholders horizontale relaties moet aangaan. Alleen dat actief processen van co-creation te managen, kunnen bedrijven op successen rekenen. In zijn visie zijn het niet langer de ondernemingen die waarde creëren, maar zijn het de gezamenlijke inspanningen van afnemers en producenten die ten grondslag liggen aan het succes van ondernemingen. Hij zoekt op deze wijze een uitweg uit wat hij de paradox van de 21e eeuw noemt: consumenten hebben meer keus, maar die geven hun minder bevrediging; ondernemers hebben meer strategische opties, maar die leveren per saldo minder winst op. Philips zegt het op deze wijze: After fifty years of designing computers that require users to adapt to them, we must now enter the era of designing equipment that adapts to users. The user is placed at the centre of the design process. Als deze zienswijze niet alleen wordt toegepast op de relatie tussen producent en consument , maar ook op de relatie tussen onderneming en haar stakeholders komt er een proces van co-creation tot stand dat aan de basis van een eigentijdse gezonde economische ontwikkeling ligt.
Deze oriëntatie van de onderneming wordt door Prahalad een breuk met het verleden genoemd. De traditionele visie is dat de onderneming zich inspant om de consument zoveel mogelijk van dienst te zijn. Het product moet aansluiten bij zijn wensen, moet snel worden geleverd en de service moet goed zijn. Aan het aantal klachten kan worden afgemeten of de onderneming in deze missie is geslaagd. Prahalad ziet op veel plaatsen een nieuwe, pro-actieve denkwijze ontstaan. Steeds vaker wordt de relatie tussen de individuele consument en de onderneming als uitgangspunt gekozen en wordt op basis daarvan een waardecreatie-proces opgezet. Om succes te hebben is een experience environment nodig, een forum dat richtinggevend en leidend is in de activiteiten van de onderneming. Daarmee zijn consumenten tevens productvernieuwers geworden. De uitdaging ligt evenwel in het omgaan met de individualisering van de ervaringen van consumenten. Sense and simplicity, zo noemt Philips dat. Een patiënt die de werking van een geneesmiddel onderzoekt, wil over zijn situatie en zijn ervaringen met medepatiënten en vervolgens met de farmaceutische industrie communiceren. Bedrijven bieden steeds meer combinaties aan van productvariaties, kleuren en omgevingen. Onder meer Dell (computers) en Starbucks (koffie) hebben hiermee reeds successen behaald. Prahalad stelt dat de collectieve ervaring van consumenten de enige kracht is die vertrouwen in de onderneming creëert en daarmee de waarde van het merk van het product bepaalt. De consumentencommunities bepalen dan ook de aard van de concurrentie tussen bedrijven. De toekomst van de onderneming ligt in het organiseren van netwerken waarin het individu een centrale rol speelt. Het individu kan de consument zijn, maar ook de werknemer, de belegger of de toeleverancier: We are moving from an institution-centric view of the individual to an individual-centric view of the institution. It finally leads us toward an economy of the people, by the people and for the people.

top

Arbeid
Deze ontwikkeling wordt geflecteerd in hetgeen in de arbeidsorganisatie zal plaatsvinden. Het traditionele kantoor, nu 150 jaar oud, heeft zijn langste tijd gehad. Verwacht wordt dat over afzienbare tijd een derde van de beroepsbevolking vanuit huis zal werken. Tom Peters merkt daarbij op dat werknemers voor hun identiteit en hun carrière niet langer afhankelijk zijn van degenen die in een onderneming boven hen zijn gesteld, want zij werken veelal als freelancers en daarmee als zelfstandige ondernemers. Het aantal leidinggevenden zal in de komende 10 jaar met 90% afnemen. Deze ontwikkeling wordt mede veroorzaakt doordat steeds meer werknemers verlengstuk worden van computergestuurde productie. Robots en andere machines veranderen de aard van het werk. Nu reeds wordt 35% van de telefonische contacten met call centres automatisch afgehandeld. Veel banen verdwijnen. Er komt ook nieuw werk. Machines moeten worden geïnstalleerd en geprogrammeerd, totdat ook deze ‘tweede orde’ banen worden geautomatiseerd. Daarmee ontstaat een ‘black box’ economie, waarin veel werk is geautomatiseerd en mensen zich vaak moeten aanpassen om aan het werk te blijven. De meest stabiele sector is die van de zorg. Pearson en Lyons verwachten dan ook dat na de industriële en de informatietijd, de tijd van care is aangebroken. Mensen willen betalen voor menselijke, interpersoonlijke diensten. Deze tijd zal vanaf 2010 een aanvang nemen en rond 2015 tot volle ontwikkeling zijn gekomen. Gezondheidszorg, onderwijs en persoonlijke dienstverlening zijn de grootste banenmotors, mede gevoed door sterke prijsdalingen in andere sectoren van de economie.

top
4.3. Contouren van de nieuwe stad

Nieuwe geografische economie
Tijdens de euforie over de ‘nieuwe’ economie kwam ook de ‘nieuwe’ geografische economie op. Op zoek naar verklaringen voor ruimtelijke concentratie van economische activiteiten werd vastgesteld dat er sprake is van toenemende meeropbrengsten als concentratie van productie tot kostenbesparing leidt. De betekenis van informele contacten met afnemers, de toegang tot intermediaire producten en aanvullende diensten, alsmede de beschikbaarheid van gespecialiseerd personeel dragen eveneens bij.

Soft power
Inmiddels heeft ook het begrip ‘soft power’ zijn intrede gedaan. Soft power is de macht die wordt uitgeoefend door respect te oogsten voor het doel en de middelen die worden ingezet waardoor vrijwillige bereidheid tot participatie in de plaats komt van dwang. Het begrip ‘soft power’ wordt toegeschreven aan Joseph Nye, die het definieert als a country’s ability to persuade other nations to comply with its objectives without the use of coercive force. Deze macht is van veel betekenis omdat de maatschappelijke ontwikkeling alleen in goede banen kan worden geleid als deze krachten worden gemobiliseerd. Soft power is niet voorbehouden aan natiestaten. Ook veel non governmental organizations (ngo’s) zijn op deze kracht gebaseerd. Het wordt gestimuleerd door de snelle groei van het internet waardoor veel virtuele netwerken zijn ontstaan. Mensen gebruiken het internet daarmee voor sociale doelen en het net wordt daarmee een politiek platform. De netwerken die ontstaan, hebben een gemeenschappelijke culturele identiteit, religie, politieke overtuiging, bedrijfsethiek of sociale waarde. Velen zijn klein en blijven dat ook, andere groeien uit tot grote organisaties met veel economische en politieke macht. Deze netwerken worden belangrijker dan de geografische gebonden netwerken.

Tegelijkertijd biedt de opkomst van de ‘care’-economie meer eenvoudig werk, op voor de werknemer beter passende momenten, terwijl minder fysieke kracht nodig is. Als gevolg hiervan kunnen ook ouderen gemakkelijker werk vinden en zal het concept van pensionering geleidelijk verdwijnen. Moynagh en Worsley beschrijven deze situatie onder titel liquid lives en beschouwen deze als de meest wenselijke na te streven oudedagsarrangement. Het systeem verandert de beleving van de oude dag en van het werk zelf. Als werk voor ouderen flexibeler wordt, heeft dat ook invloed op het werk voor jongeren. Daaraan kan worden toegevoegd dat de formele werkweek naar verwachting steeds minder uren zal tellen, maar dat de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van de werkenden buiten deze uren toe zal nemen. Niets doen past niet meer in de komende tijd. Voor velen zullen werk en vrije tijd samenvallen, waarbij zij hun leven in hoge mate zelf zullen beïnvloeden waarbij ook het gebruik van gepersonifieerde drugs en medicijnen een rol zal spelen.

Pearson en Lyons zien ook een andere beleving van geld: Soon, we have to reinvent money. Zij zien nieuwe vormen van informeel geld ontstaan, waaronder de Local Exchange Trading Systems (LETS), waarvan er in het Verenigd Koninkrijk inmiddels honderden zijn. Het kapitalistische systeem heeft veel gedaan voor de voortbrenging van goederen en diensten die zich op de lagere niveaus van de piramide van Maslow bevinden, maar weinig voortgebracht voor de hogere niveaus. Dit leidt tot de conclusie dat de verwachte ontwikkelingen bedreigend zijn voor het kapitalistische systeem, maar tegelijkertijd mogelijkheden biedt om ons leven zelf in te richten op een wijze die in ieders voordeel is.

Door deze ontwikkelingen neemt het maatschappelijk debat over belangrijke onderwerpen nieuwe vormen aan. Op verschillende plaatsen en in verschillende vormen ontstaan reeds nieuwe netwerken van mensen en organisaties die tot de beoogde meningsvorming willen komen. Een voorbeeld van een dergelijke nieuwe vorm is The 21st Century Town Meeting, ontwikkeld door AmericaSpeaks, een instelling die in de Verenigde Staten verschillende vormen van debatten organiseert. Dit model kreeg bekendheid door de discussie over de herontwikkeling van Lower Manhattan na de aanval op het World Trade Centre van 11 september 2001. Het hoogtepunt van het debat was een bijeenkomst in een vergadercentrum in New York waaraan 4.500 mensen deelnamen. Tijdens die bijeenkomst presenteerden de Lower Manhattan Development Corporation en de Port Authority zes plannen die in aanmerking kwamen voor de herontwikkeling van het betreffende gebied. De bijeenkomst werd afgesloten met een verklaring waarin de zes voorgestelde plannen door de deelnemers werden verworpen. Tegelijkertijd gaven zij de ontwikkelaar nauwkeurige aanwijzingen met betrekking tot de eisen die aan de nieuwe gebouwen moeten worden gesteld. Dit maakte het mogelijk dat in juli 2004 de eerste steen kon worden gelegd, waarmee de herbouw van de Twin Towers een aanvang heeft genomen.

Een ander voorbeeld speelt zich af in Duitsland. Daar is de laatste tijd getracht om het brede publiek te betrekken bij het debat over biotechnologie. Initiatiefnemer is de loterijorganisatie Action Mensch. Met een zeer uitvoerige website (www.1000fragen.de), billboards in de grote steden en presentaties van bekende persoonlijkheden van o.a. de Duitse televisie is vooral aandacht gevraagd voor en informatie gegeven over de verschillende aspecten van de biotechnologie. Het inhoudelijke debat en het commitment van politiek en bedrijfsleven ontbraken evenwel in hoge mate.

Inmiddels neemt de kennis met betrekking tot het organiseren van dergelijke debatten toe. Larry Susskind benadrukt dat dergelijke inspraakprocessen niet behoeven te leiden tot een vorm van unanimiteit ten aanzien van de voorstellen. Als autoriteit op het gebied van consensus building benadrukt hij dat consensus moet worden gezien als overeenstemming over een voorstel die niet voor eenieder de best mogelijke optie behoeft in te houden maar wel voor zoveel mogelijk mensen een voorstel moet zijn waarvoor zij begrip kunnen opbrengen. Daarmee is ook ruimte geschapen voor mensen die met verschillende achtergronden en verschillende motieven aan een debat deelnemen.

top

Shopping is the new voting
Voor ondernemingen is dit perspectief in een aantal gevallen nieuw. Bedrijven moeten gaan deelnemen aan de discussie over de identiteit van de locatie waar zij zijn gevestigd en moeten deel uitmaken van netwerken die beleidsbeslissingen voorbereiden en uitvoeren. De laatste jaren is bij veel bedrijven de ruimte om mensen voor dergelijke activiteiten beschikbaar te stellen sterk verminderd. Van een strategische oriëntatie op de rol van de stad voor de eigen onderneming is dan ook niet of nauwelijks sprake. Toch worden steeds meer bedrijven gedwongen om hun maatschappelijke license to operate op de bedrijfsagenda te plaatsen en zij zullen er niet aan kunnen ontkomen om hun commerciële beleid op de immateriële ontwikkelingen in de stad af te stemmen. Emotiemarketing doet zijn intrede, deze ontwikkeling laat zich in de grote stad het sterkst voelen.

Daarmee ontwikkelt zich het perspectief van het pro-actieve stadsbeleid van de ondernemingen. Participatie in gemeentelijke netwerken draagt bij aan het succes van het eigen commerciële en personeelsbeleid. In de literatuur wordt zelfs al gesproken van de overgang van corporate social responsibility naar corporate social leadership . Hilton en Gibbons merken op: as social responsibility becomes a business prerequisite; as corporations realize that through social leadership they can help make the world a better place and help their business too, it’s a reasonable bet that in ten years’ time we’ll be saying that shopping is the new voting.

top
4.4. Contouren van de nieuwe wereldeconomie

De meest complicerende factor is dat ook de toekomst van de maatschappelijke orde in het geding is. Misschien speelt deze onzekerheid wel een rol bij de opkomst van de sterke plutocratie in de politiek en de economie. De geringe resultaten van de bewegingen die de democratie willen versterken, geeft te denken. De defensieve houding van de verdedigers van de huidige maatschappelijke orde wordt wellicht mede ingegeven door de vooruitzichten van de vermindering van de welvaartskloof tussen de Eerste en de Derde wereld. Brazilië, Rusland, India en China (de zgn. BRIC- landen) gaan zich roeren. Het aantal technisch opgeleiden in de Derde wereld is binnenkort vijf keer zo groot als in de Eerste wereld. De volgende generatie internet, de liquistic user interface en andere vernieuwingen zullen niet door Amerikanen worden geïnstalleerd. Kortom velen zullen hun kans grijpen om hun plaats in de wereld op te eisen. Ook Greenfield vraagt aandacht voor The Vast Majority, de snel groeiende wereldbevolking die door de Eerste Wereld zo veel mogelijk buiten haar grenzen wordt gehouden. We hebben te maken met een groeiende welvaartskloof, die alleen kan worden verkleind als de technologie wordt ingezet die beschikbaar is om de Derde Wereld van energie en informatie te voorzien. Greenfield pleit voor de instelling van een Science Peace Corps dat zich inzet voor deze technologietransfer. Anders gezegd: het maatschappelijk debat mag niet worden beperkt tot onze wereld, maar moet mondiaal worden gevoerd.

Het is niettemin wenselijk dichter bij huis te beginnen. In dat geval zal het debat niet alleen met ‘stakeholders’ moeten worden gevoerd, zoals Rathenau voorstelt, maar ook met brede publiek. Immers de politiek en de ondernemingen worden alleen bereikt als zij op deze wijze in dit debat worden betrokken en zonder hun deelname is de dialoog wellicht nuttig maar vooral vrijblijvend.


Een aantrekkelijke optie is om publieksgerichte acties zoals hierboven aangegeven te verbinden met het voorstel van Jean François Rischard van de Wereldbank, om Global Issues Networks (GIN’S) op te richten. Voor elk nijpend mondiaal probleem moet volgens hem een netwerk gevormd worden, bestaande uit overheden, bedrijven, particuliere organisaties en actiegroepen. Deze groepen stellen normen en standaarden op, bijvoorbeeld voor een verantwoorde omgang met het milieu. Wie zich daar niet aan houdt, wordt in de media aan de schandpaal genageld. Terwijl het afsluiten en ratificeren van internationale verdragen doorgaans jaren, zo niet decennia kost, kunnen zulke netwerken snel opereren, aldus Rischard. Bovendien kunnen burgers zich gemakkelijker identificeren met zo'n netwerk dat zich met een concreet probleem bezighoudt, veel meer dan met een wereldregering of een ander abstract bureaucratisch orgaan. Het is een idealistisch en zelfs een beetje rommelig plan, erkent Rischard, maar de tijd is er rijp voor. ’Diep van binnen voelen mensen dat de manier waarop de aarde zich ontwikkelt, een geweldige positieve kant heeft, maar ook een verschrikkelijke negatieve’.

top
5. Smart society


5.1 Onzekerheden in het toekomstonderzoek


Het voorspellen van ontwikkelingen die in de toekomst plaatsvinden is een hachelijke zaak. Niet zelden worden prognoses van de nieuwe tijd in het belachelijke getrokken, hetgeen ertoe bijdraagt dat mensen sceptisch worden om, als was het maar enig geloof te hechten aan de uitkomst van toekomstonderzoek. Het is een veel gehoorde uitspraak van Allan Kay: The best way to predict the future is to invent it. Met deze uitspraak wordt de toekomstonderzoeker ontlast van zijn plicht om een visie op de toekomst te ontwikkelen, terwijl de belanghebbende zelf zich niet aan de mogelijkheden die zich in de toekomst aandienen, mag onttrekken.

De relatie tussen deskundigen en belanghebbenden staat centraal in de discussie over het ontstaan van vertoogcoalities. Op het gebied van milieu is vastgesteld dat een vertoogcoalitie is ontstaan, waarbij onderzoekinstellingen normen hebben vastgesteld met betrekking tot de wetenschappelijkheid van toekomstverkenningen, vaak zonder deze modellen te expliciteren. Voorts is aangetoond dat beleidswetenschappelijke bureaus met elkaar consensusoverleg voeren, waardoor opnieuw onzekerheden en kennis impliciet worden meegenomen in de verkenningen. Daarmee komt de WRR tot de conclusie dat consensusvorming in beleid niet plaatsvindt op basis van onafhankelijke kennis omdat de consensusvorming aan de besluitvorming is voorafgegaan. Tevens wordt vastgesteld dat in de Nederlandse praktijk de traditie bestaat om deskundigen de rol te geven de ruimte voor gemeenschappelijk overleg te bepalen. Ook Hoppe maakt het onderscheid tussen deskundigen en beleidsmakers. Hij stelt voor om beide werelden met elkaar te verenigen door het samenstellen van een vertoogcoalitie van hogere orde waarin de verschillende vertogen aaneen worden gesmeed tot een overstijgend vertoog c.q. verhaallijn.

Dit essay heeft de status van het overstijgende vertoog. Zij probeert de kennis vanuit de toekomstwetenschap zodanig samen te vatten dat beleidsmakers hiermee hun voordeel kunnen doen.

top

De gevolgen hiervan zijn verstrekkend. In een recente publicatie van deskundigen van de Rabobank worden vier scenario’s voor het marketingbeleid van ondernemingen geformuleerd. Daarbij zijn zogenoemde kernonzekerheden geformuleerd, te weten de mogelijkheid dat er tot 2015 magere jaren of juist vette jaren zullen optreden en de mogelijkheid dat de welvaartontwikkeling zich richt op individuele welvaart dan wel op maatschappelijk welzijn. Daarmee ontstaan vier scenario’s, elk met een eigen dynamiek en specifieke implicaties voor de behoeften bij bedrijven en individuen. Binnen de context van dit essay kan aansluiting worden gezocht bij het scenario ‘Marketing ten tijde van zingeving’, waarin uitgegaan wordt van een sterke behoefte aan sociale inbedding, authenticiteit bij de vorming van persoonlijke identiteit en het verwezenlijken van persoonlijke belangen.

Een soortgelijke opmerking kan worden gemaakt bij de scenario’s die onlangs door het Centraal Planbureau zijn gepubliceerd. Als de in dit essay aangegeven ontwikkeling van de vraag naar immateriële goederen en diensten doorzet en de technologische doorbraken sneller komen dan het CPB verwacht, dan is de kans op realisatie van het scenario Global economy het grootst. In dit scenario is sprake van een overheid die eigen verantwoordelijkheid van burgers benadrukt, zoveel mogelijk aan de markt overlaat en de regulering op onder meer het gebied van pensioenen en huisvesting versoepelt. De groei van de materiële welvaart is in dit scenario hoger dan in de andere door het CPB geformuleerde scenario’s. In een commentaar op de scenario’s van het CPB merkt NRC Handelsblad in een hoofdredactioneel commentaar op dat het ontbreken van een voorkeur van het CPB zelf niet is vol te houden. In de scenario’s zijn namelijk impliciet politieke stellingnames opgenomen die wellicht onvermijdelijk zijn, maar die geweld doen aan de waardevrijheid van de studie. Toch heeft het Planbureau gekozen voor de juiste aanpak.

Uitgaande van de noodzaak om te komen tot ‘vertoogcoalities van hogere orde’ is het actief onderzoeken van de toekomst de enige manier om tot beleidsvorming te komen. Onderkend moet worden dat in de informatiemaatschappij die zich thans ontwikkelt de onzekerheden groot zijn. Deze onzekerheden zijn te vergelijken met de onbekendheid van de wereld waarvoor de burgers streden ten tijde van de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. Zij liepen te hoop tegen de macht van de adel en de kerk en effenden daarmee de weg voor het kapitalisme. Deze situatie heeft zich vaak herhaald, zo ook bij degenen die in 1989 de Berlijnse Muur afbraken en zich vervolgens tastend een weg moesten zoeken in de nieuwe tijd.

top
5.2 Contouren van de nieuwe tijd

Onlosmakelijk verbonden met de informatiemaatschappij is de opkomst van netwerken en de invloed daarvan op ons denken. Deze netwerken hebben in hoge mate bijgedragen aan de vorming van collectiviteiten waardoor de individualisering over het hoogtepunt heen is. De in deze tijd passende collectiviteiten zijn weliswaar informeler en tijdelijker dan die uit vorige decennia maar zijn in voorkomende gevallen veel machtiger. Door de intensieve communicatie binnen deze netwerken is er sprake van een intensievere beleving van het heden, van de eigen identiteit en positie in de maatschappij en van de eigen mogelijkheden daarin. De gevolgen zijn verstrekkend omdat onderwerpen als consumententrouw, binding aan de arbeidsorganisatie, de kerk en de politiek in een nieuw daglicht zijn gekomen. In de gedachtegang van Maslow streven steeds meer mensen naar zelfverwerkelijking ondanks de strijd tussen McWorld en Jihad om het behoud van traditionele collectieve waarden.

Toenemende meeropbrengsten
Netwerken behoren in toenemende mate tot het waardesysteem van de onderneming. De organisatie van deze netwerken vereist kernvaardigheden die informatie- en kennisintensiever worden. Deze ontwikkeling is niet zonder problemen omdat de grenzen tussen ondernemingen in het waardesysteem vervagen. Ook de marktleiders en de sterksten in het netwerk weten dat een go-it-alone strategie niet mogelijk is.

Deze zogenoemde strategische netwerken vormen een van de veroorzakers van het verschijnsel: toenemende meeropbrengsten. Commandeur onderkent daarbij de betekenis van het bestaan van producten die op elkaar aansluiten en daarmee de aantrekkelijkheid van het gehele assortiment producten vergroot. Door de toegenomen markt wordt het dagelijks product aantrekkelijker bij een vermindering van de productiekosten. Daarnaast is er in voorkomende gevallen sprake van zelfversterkende verwachtingen bij de deelnemers in het waardesysteem. Als voorbeeld noemt Commandeur standaarden die als geloofwaardig worden beschouwd en die de potentiële gebruiker de zekerheid geeft dat hij een goede keuze maakt. Toenemende meeropbrengsten treden ook op bij schaaleffecten van producten waarvan de variabele kosten laag zijn (bij immateriële producten zijn ze soms zelfs verwaarloosbaar) en bij het benutten van ervaring- en leereffecten in het transformatieproces.

top

Toenemende meeropbrengsten in de economie
Ook voor de economie als zodanig is het interessant om in te spelen op de mogelijkheden toenemende meeropbrengsten te realiseren. Daarbij kan worden aangesloten bij de increasing returns’ multiplier, zoals voorgesteld door Buchanan. Francesco Forte spreekt van the return of increasing returns en pleit voor aanpassing van het belastingstelsel teneinde de aanbodkant van de economie zoveel mogelijk te ontzien. Hij stelt in navolging van Buchanan: increasing returns are the general law of market economy operating in competition. Afnemende meeropbrengsten zijn uitzonderingen en vaak het gevolg van belemmeringen in het functioneren van markten. Daarmee komt de wetmatigheid op de voorgrond, waarbij een aantal factoren een markt creëert. Het verschil met de Keynesiaanse opvatting is dat Buchanan uitgaat van markten met volledige werkgelegenheid waar de vraagtoename leidt tot het voortbrengen van additionele output met de bestaande omvang van de productiefactoren. De gevolgen van deze benadering zijn aanzienlijk. Deze betreffen de bevordering van vrijhandelsgebieden, deregulering en privatisering. Tegelijkertijd is het een pleidooi voor belastingvermindering omdat de publieke uitgaven die hiermee worden gefinancierd doorgaans worden besteed aan het voortbrengen van niet commerciële goederen en diensten, waarmee de multiplier als gevolg van toenemende meeropbrengsten afwezig is. De visie van Buchanan sluit aan bij de verwachting in dit essay dat de omvang van de collectieve sector zal afnemen. Buchanan toont aan dat deze afname bij een sluitende overheidsbegroting via de vraagzijde van de economie een stimulerend effect heeft op de economische groei.

Toenemende meeropbrengsten in de wereldeconomie
Paul Krugman heeft naam gemaakt met zijn studie van increasing returns in de wereldhandel. Zijn visie past goed in de recentere pleidooien voor stimulering van de aanbodeconomie. C.K. Prahalad wees in zijn recente boek ‘The Fortune at the bottom of the Pyramid’ op de marktmacht van de 4 miljard arme mensen die de wereld kent. Mede door de toenemende verstedelijking vinden steeds meer multinationale ondernemingen hun weg naar deze markt die tegelijkertijd voor de betrokkenen zelf een middel is om verbetering in hun eigen situatie te brengen.

top

5.3 Structureren van de beleidsvorming

Leefwereld
Beleidsvorming op dit terrein begint bij het onderkennen dat de burgers op zoek zijn naar experiences die voor hun leven belangrijk zijn. Het onderkennen van deze behoefte van de burger is een uitgangspunt dat in de civil society zelden wordt gekozen. Veel belangenverenigingen, media en politici concentreren zich op de slachtoffers van de maatschappij en besteden nagenoeg geen aandacht aan de groeiende groep mensen die actief op zoek is naar ‘geluk en genot’. Het is interessant om de neergang van het aantal leden van politieke partijen, kerken en publieke omroepen tegen deze achtergrond te evalueren.

Bedrijfsleven
In het bedrijfsleven is de opkomst van het debat over toenemende meeropbrengsten voorspelbaar. Dit leidt tot aandacht binnen de bedrijven aan processen als co-creation waarbij toeleveranciers en afnemers worden betrokken bij het ontwerp, productie en distributie van goederen en diensten. Tegelijkertijd zullen ondernemingen pleiten voor vestigingsplaatscondities waarin het aantal belemmeringen zo beperkt mogelijk is en het fiscaal systeem is afgestemd op de motoriek van de increasing returns multiplier. Op verschillende terreinen is dit debat al in volle gang, onder meer op het terrein van de sociale zekerheid.

De stad
In deze context past een nieuw debat over de toekomst van de stad. Een nieuw element daarin zal de aandacht zijn voor wat in dit essay het Red Queen-verschijnsel is genoemd. Verwacht wordt dat er steeds meer verzet komt tegen stedelijke vernieuwingen die van andere steden zijn overgenomen. De roep om originaliteit die de leefbaarheid vergroot, wordt steeds sterker.

Wereldeconomie
In de wereldeconomie gaat de aandacht niet alleen uit naar de bestrijding van armoede door middel van empowerment van de bevolking van derde wereldlanden, maar ook naar de snel groeiende macht van landen zoals Brazilië, Rusland, India en China. Daarbij gaat het niet alleen om de snelle vergroting van afzetmarkten, maar ook om het verschijnsel leap frogging in de technologische ontwikkeling. Dit laatste verschijnsel maakt het mogelijk dat voorheen achtergebleven regio’s zich in de voorhoede van de technologie plaatsen.

top
5.4 Timing

Snelheid is geboden
Uit de studie van Carlota Perez mag worden opgemerkt dat in de huidige fase van technologische ontwikkeling sprake is van institutional recomposition. De mate waarin samenlevingen zich aanpassen aan de eisen van de informatiesamenleving heeft belangrijke invloed op het succes. Dit succes laat zich niet uitsluitend in economische termen uitdrukken.
Onvermijdelijk moet het debat over informatietechnologie, biotechnologie, nanotechnologie en robotica worden gevoerd. De reden daarvan is door Freeman Dyson als volgt onder woorden gebracht: In the long run, the central problem of any intelligent species is the problem of sanity. We shall be free to choose our values and our purposes. There will be no absolute standards by which to judge one set of values right and another wrong. For a society with a technological control of human emotions, addictions to artificial emotional experiences may be fatally easy to induce. A society addicted is this way to dreams and shadows has lost its sanity.
Ook in cultureel opzicht is er weinig tijd te verliezen. Volgens Karen Armstrong is er sprake van een paradigmaverschuiving van de logos, de reden, met haar altijd nieuwsgierige, toekomstgerichte oriëntatie naar de mythos, een magische emotionele manier van denken die naar binnen is gericht en die vooral in het verleden een richtsnoer zoekt voor deze verwarrende wereld. Geert Mak voegt hieraan toe: Wij, in onze moderne westhoek van Europa, zijn gedoemd tot openheid en kwetsbaarheid. Wij zullen onbekende en soms pijnlijke maatregelen moeten accepteren, juist om belangrijke en zeldzame kwaliteiten te redden: onze pacificatie, met als nevenproduct onze befaamde tolerantie. En uiteindelijk zullen wij naar de bron moeten: de ontworteling, de vernedering, de almaar toenemende woede van de niet-westerse wereld.

top